Deprecated: mysql_connect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php on line 3

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php:3) in /home/thereceptor.nl/public_html/templates/item.php on line 21

Debuutroman ex-vlieger

Share on facebook Share on twitter
a A
Debuutroman ex-vliegerBeeld: Kaleb de Groot
— Danny ObermayerFriday July 06 2012

Oud-F-15-vlieger en Soesterbergveteraan Danny Obermayer schreef in ‘twee razende weken’ de twaalfhonderd pagina’s tellende ‘allesomvattende’ liefdesroman Afterburner Or How I Lost It at the Airbase. De Nederlandse vertaling is nu verschenen bij uitgeverij T-34 onder de titel Amber, een amour fou op de Utrechtse Heuvelrug. Een voorpublicatie.

 

Het briefje was me haastig toegestopt door Louise, de chefkokkin. Ik frommelde het weg in de zakken van mijn vliegeniersoverall en vergat het. 

Twee weken later zocht ik in een van de vele zakken van m’n flightsuit naar een aansteker – vliegeniers waren toen nog rokers – en hield een verfomfaaid vodje papier tussen duim en wijsvinger. Ik streek het glad en las de tekst, waarvan de letters door het transpireren in de cockpit al flink waren uitgelopen.   

 

‘Amber is alles.

Amber is meer dan alles.

Amber is liefde.

Amber is meer dan liefde

Amber is liefde in het kwadraat van alles dat meer is.

PS

Ik heb mooie billen. In de breed opgezette, atmosferische stijl van Rubens en Watteau.’

 

Als ex-lid van de Pinkstergemeente dacht ik even dat ik te maken had met een gepersonaliseerde aanbeveling van het opperwezen onder de deknaam ‘Amber’, maar ik verwierp de gedachte even zo snel als ze was opgekomen. (Je bent ex-lid of niet.).

Wie was Amber?

En waarom had Louise mij het briefje toegestopt?

En wat hadden de atmosferische billen van Rubens en Watteau – een mij geheel onbekend Vlaams-Frans gospelduo – ermee te maken?

 

Tien uur later, met mijn kop om de zwanenhals van de spoelbak in Bar Spitfire, werd ik wakker in een mengeling van déja vu en flashback. (‘Flashback: val terug in de tijd; déja vue: iets opnieuw beleven wat misschien eerder is gebeurd maar altijd ontkend dient te worden.’) 

Nu ik nuchter ben, schrijf ik het koeltjes op. Maar alleen ik weet wat aan deze regels is voorafgegaan en hoe ik door de verloren tijd opnieuw te beleven door datgene ben gegaan wat anderen de hel noemen. Of het afvoerputje van Bar Spitfire, afhankelijk van het gekozen vertelperspectief. (‘Vertelperspectief’: duur woord dat ik heb opgepikt tijdens een cursus creative writing in de stille avonduren.)  

 

Toen ik uit de hel terugkwam wist ik dat Amber echt bestond. Dat ze jáááren op mij had gewacht. Dat ik haar nooit had opgemerkt, ondanks die door het variétéduo Rubens & Watteau zo geprezen billen. Dat dat te wijten moet zijn geweest aan een tijdelijke verblinding, veroorzaakt door een andere vrouw. 

Ze heette Nana.  

Nana had groene ogen, zwart haar, cup-DD en dito gevoel voor humor. Ze was 22 jaar en trad op als achtergrondzangeres bij de Nederlands optredens van Pat ‘Love is a Battlefield’ Benatar. Waarmee meteen de eenheid van tijd, plaats en handeling is gegeven: de jaren tachtig, vliegbasis Soesterberg, Utrechtse Heuvelrug, Nederland.

Dat mijn lezers niet zeggen: die Danny kletst maar wat. Zodirect komt ie nog met Barry White en Marvin Gaye aanzetten. Alsof Pat Benatar de enige is geweest die op Soesterberg Air Base heeft opgetreden.

 

Flashback

 

Toen ik voor de tiende keer hands free door de geluidsbarrière was geknald en op een  vleugeltip geland.

Toen ik op mijn blote knieën in een gescheurde vliegeniersoverall over het asfalt van de Amerikaanse Wijk kroop, op zoek naar de omhelzing van Nana. Die het had aangelegd met de roadie van Marvin Gaye, ‘omdat Marvin na zijn optreden onverwacht eerder was teruggekeerd naar de VS, waar zijn vader hem dwingend wilde spreken’. En ook had gerommeld met de kapper-diëtist van Barry White én de doorgecokete choreograaf van Donna Summer, zoals ze koeltjes mededeelde. Waarna bij mij, zeer gewaarde F-15-vlieger, wing commander Danny Obermayer, de stoppen doorsloegen en het zinnetje ‘ALS ER EEN HEL IS DAN BEVINDT DIE ZICH OP AARDE EN OM MEER SPECIFIEK TE ZIJN IN DE KLEEDKAMER VAN BARRY WHITE OP SOESTERBERG’ zich in het korte geheugen nestelde.

Toen ik naakt mijn Jack Daniels-T-shirt op de startbaan stond uit te wringen in de hoop op een laatste druppel troostende whisky.

Toen de grote mannen in witte jassen kwamen, die met kwieke gebaren de brancard onder mij schoven en de veiligheidsriemen strak trokken.

Toen ik wakker werd in de isoleercel tegenover een gigantische kakkerlak die luidkeels en met satanisch genoegen het nummer ‘Sexual Healing’ ten gehore piepte. 

Toen de kakkerlak de behandelend geneesheer bleek.   

Toen de Rohrschach-vlekkentest uitliep op een associatief handgemeen.

 

Toen dit allemaal gebeurd was.

 

En Nana uit mijn leven was verdwenen. En de behandelend geneesheer mijn vliegbrevet voor mijn ogen had verscheurd, snipper voor snipper aan zijn kanarie Otto had gevoerd (‘Otto is gek op dramatische scènes’) en in een moeite door mijn oneervol ontslag had aangevraagd (‘Otto is dòl op gebroken carrières’), toen dat allemaal gebeurd was en de Berlijnse muur nog steeds niet was gevallen en mijn begeleidster van de creative writing-cursus vond dat ik mijn korte verhalen steeds meer onverklaarbare experimentele trekken begonnen te vertonen, toen, ja toen pas kwam ik tot mezelf.

 

Flash forward

 

Ik loop mijn controleronde door het eikenstrubbehout, de begroeiing die zo kenmerkend is voor het terrein van vliegbasis Soesterberg. Achter me loopt een groep belangstellende natuurliefhebbers. 

Ik leid rond. Ik geef tekst. Ik leg uit. Ik ben boswachter.

‘Het tot 2008 hermetisch van de buitenwereld afgesloten gebied wordt nu als monument van de Koude Oorlog – “het terrein van de Angst” – teruggeven aan de burgers’, zeg ik tegen de natuurliefhebbers. Sommigen knikken instemmend, anderen porren met hun zelf gesneden wandelstokken in de zandgrond. “De hei bij Soesterberg”, vervolg ik terwijl ik even ademhaal om de educatieve overdracht kracht bij te zetten, “is nu voorgoed onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur van Nederland.” 

Terwijl ik de woorden kalm over mijn lippen laat rollen pak ik het zelfvertrouwen en overwicht van de wing commander die ik ooit was, moeiteloos terug.  

De dagjesmensen slaken kreten van bewondering als ik ze vertel dat ik jachtvlieger ben geweest bij het 32nd Tactical Fighter Squadron, wereldwijd geprezen als ‘the most outstanding fighter interceptor squadron in the United States Air Force.’

Iedereen pinkt een traantje weg bij de herinneringen aan mijn ongelukkige crash in 1986.  Waarna ik traploos overschakel naar de grande finale: hoe ik ten onrechte ben afgekeurd en ten onrechte aan lager wal ben geraakt in Bar Brutus in Amersfoort, waar ik acht jaar heb doorgebracht. 

De natuurliefhebbers zitten dan meestal bleek weggetrokken in het heidegras en bezweren te gaan knokken voor mijn rehabilitatie als militair. Op dat punt aangeland, laat ik mijn stem een octaaf dalen. En ik schilder hoe ik Amber ontmoette nadat ik haar briefje jarenlang in een van de zakken van mijn vliegenierspak had laten zitten.

 

Flash McDonald

 

In Huis ter Heide rijd ik mijn Chevy Camaro 1974 – chromen velgen, brede banden – de McDrive binnen. Voor mij in de rij staat een Landrover. Ik zie hoe een blondine haar hoofd uit het raampje steekt en een bestelling plaatst. ‘Mag ik een quarterpounder met een dubbele portie friet, zonder sla en drie Mckroket?’ 

Kan de vlam in de bakplaat slaan? Droeg Jayne Mansfield steunkousen? Razendsnel doe ik mijn bestelling. ‘Mag ik een quarterpounder met een dubbele portie friet, zonder sla en drie Mckroket?’ hoor ik mezelf spiegelbestellen terwijl ik in de gaten houd waar de blondine  haar Landrover parkeert. 

Bestaat er zoiets als liefde op het eerste gezicht? Is botox het antwoord op vragen die de zwaartekracht het lichaam stelt? Was Idi Amin vegetariër? Nog voordat ik antwoord heb kunnen geven, staat mijn Chevy pal naast de Landrover. 

Het hoogteverschil is bijna een meter. ‘Ze zal me niet zien!’ schiet het door mee heen. Ik stap uit, spurt naar de kofferbak, pak de hydraulische krik en pomp binnen een minuut de Chevy naar conversatiehoogte.   

Bezweet maar gelukkig klim ik in de auto en zet mijn McMenu op het dashboard. Uit m’n ooghoeken houd ik de Landrover in de gaten. Het is tijd voor actie.  

‘Dag, ik ben Danny. Ik heb je bestelling gekopieerd’ zeg ik om het ijs te breken. 

Geen antwoord. Wel: een snelle, spottende blik – groene ogen – en daarna het geluid van een kroket waarvan de gefrituurde paneerhuid met kracht wordt vermalen. 

‘Ik heb gevlogen bij 32nd Tactical Fighter Squadron, de Wolfhounds’ zeg ik casual.

De blondine in de Landrover lijkt het niet te horen. Komt het omdat haar portierraampje  driekwart is dichtgedraaid? Intussen zie ik de friet razendsnel verdwijnen in een mond waar zelfs Sophia Loren jaloers op zou zijn.

‘Ik werk nu achter de bar van café Brutus in Amersfoort’, open ik het gesprek nog een keer. ‘Ik was wing commander.’ 

Weer een snelle blik. Dan gaat het raampje omlaag. 

‘Brutus? Daar komen alle vliegeniers van Soesterberg. Achter de bar, zeg je? 

‘Meestal. Soms eronder’ woordspeel ik.  

De blondine blaast een haarlok uit haar gezicht. ‘En dat geeft jou recht om je Chevy naast mijn Landrover omhoog te krikken?’

‘Ik ken er slechtere.’ 

‘Typisch jachtvlieger, een en al bravoure.’

Opeens buigt de blondine zich voorover uit haar raam en pakt mijn hand. ‘Ik heet Amber, ik ben boswachter op Soesterberger heide. En jij bent Danny die aan lager wal is geraakt en achter vrouwen in de McDrive aangaat?’ 

Ik knik geestdriftig.   

‘Dan zou het kunnen, Danny, dat wij elkaar eerder hebben gezien, maar nooit gesproken.’

Weer knik ik enthousiast. Het gesprek begint volwassen vorm aan te nemen. 

‘En’, zegt de Landroverblondine, mijn-liefde-op-het-eerste-gezicht-na-Nana, mijn feestelijk mollige amour fou van de Utrechtse Heuvelrug, ‘dan zou het kunnen…’ Ze zwijgt. ‘Vergeef me als dit te direct is, maar ik heb me laten vertellen dat jij… een echte billenman bent.’  

En dan valt na jaren toch het kwartje. Alle half vergane briefjes, vergeten namen en radertjes grijpen in elkaar, draadjes raken verbonden, bougies vonken, het knettert, sist, ratelt, bonkt, piept, knarst en schudt. En ik zeg: ‘Bedoel je toevallig hele mooie billen in de breed opgezette, atmosferische stijl van Rubens & Watteau?’

 

Flash naschrift

 

Niets van het bovenstaande is verzonnen, gelogen of kwaadwillig bij elkaar gefabuleerd. Dat zweer ik, Danny Obermayer, oud-USAF wing commander, bij de billen van Amber, met wie ik nu al jarenlang gelukkig samenleef als boswachterspaar op de Soesterheide. En wie op een late namiddag voorbij onze betonnen shelter achter de kerosineheuvel wandelt, mag zich van de waarheid van dit volkomen doorgecomponeerde verhaal komen vergewissen. Dan leggen we Barry White, Marvin Gaye en Donna Summer achterstevoren op de draaitafel terwijl Amber haar van-naakt-naar-aangekleed boswachter-burlesqueperformance doet en ik alle in duizend stukken gescheurde foto’s van Nana aan elkaar plak en we de dop op de laatste vol getapte fles Jack Daniels schroeven. Cyclisch zitten we dan geramd. En zijn we retrogelukkig. 

Close page