Deprecated: mysql_connect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php on line 3

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php:3) in /home/thereceptor.nl/public_html/templates/item.php on line 21

Over jonge punken en de dingen die voorbijgaan

Share on facebook Share on twitter
a A
Over jonge punken en de dingen die voorbijgaan
Foto: archief Bert Soeren.
— Friso WiersumThursday August 15 2013

Een gesprek met Ton Vermaas, ooit de oudste luchtmachtofficier in functie


Op een zaterdagmiddag beland ik in een file in Utrecht-Centrum. Alle auto’s staan stil. Stoplichten geven maar korte cadeautjes groen. Drie kwartier doe ik over een kilometer. Ik geloof dat ik wel drie sigaretten rookte. Ondertussen sms ik Ton Vermaas, majoor buiten dienst van de luchtmacht, die vijftien kilometer verderop op mij wacht om de vliegbasis op te gaan. We hebben een afspraak in ‘zijn’ verkeerstoren daar. Ton Vermaas was vanaf 2000 tot de sluiting van de militaire vliegbasis in 2008 namelijk het hoofd verkeersleiding.

 

Al tijdens mijn rit krijg ik bericht terug: ‘Ik ben al binnen bij de toren. Tot zo.’ Als ik tijdje later de trappen van de duidelijk in onbruik zijnde toren oploop, hoor ik van vier verdiepingen hoger twee stemmen. Ton bleek door de voorzitter van de zweefvliegclub te zijn verwelkomd en gretig halen de twee verhalen op over de drukte die hier een paar jaar geleden nog heerste. 


Daar is vandaag niets van te merken. Het uitzicht vanuit de toren is zo mooi als je op basis van films verwacht. 360 graden zicht. Voor je de twee landingsbanen, overal om je heen groen. En erboven een wolkendek dat op schilderijen niet zou misstaan. Vanbinnen is de toren minder filmgeniek. In de zonwering die voor de ruiten hangt, is het weer gekropen. Op de bureaus direct om ons heen is alle apparatuur pijnlijk afwezig – de controlekamer is gestript. Er hangt een melancholieke sfeer die in niets aan een militaire vliegbasis doet denken.


Ook Ton ziet er niet meer uit als een militair. Hier staat een man die ik op een zeilboot verwacht. Grote handen die door schrammen verraden dat Ton klust. Een ruim warm vest. En een kistje cigarillo’s bij de hand. ‘Het was een prachtbaan’, steekt Ton van wal. ‘Moet je je voorstellen dat luchtshows 200.000 bezoekers trekken en ik had hier elke dag zo’n show, gratis.’ Het is verleidelijk nostalgisch te zijn, hierboven. ‘Geen dag was hetzelfde. Improviseren is troef als je op een toren zit. Het laten invliegen van vliegtuigen in de control zone, het voorsorteren op de landing, de communicatie met de piloten, alles hangt met elkaar samen en je moet per seconde nieuwe situaties inschatten.’ Ton tekent twee bladzijden in mijn schrift vol met uitleg over de routes die de verschillende vliegtuigen namen rondom de basis. Met stippellijnen vliegen daar helikopters, op 600 feet, in een ononderbroken lijn propellor-driven vliegtuigen op 1000 voet hoogte, terwijl de snelle jets op 1500 voet pijltjes krijgen. De lijnen kruisen elkaar nog al eens en Ton legt mij uit hoe hij vliegtuigen 360’s liet draaien om ze veilig naar binnen te loodsen. Hoe ze downwind een base leg maakten vlak voor de landing en hoe hij vanuit de toren een overzicht had dat een radar alleen nooit kan bieden. ‘Daarop zie je alleen maar stipjes, en dat ziet er toch anders uit.’ Ton kan het weten. Na een eerste dienstverband op Soesterberg werkte hij namelijk ook jarenlang als radarverkeersleider op Nieuw Milligen. Vlak voor zijn beoogde pensioen kwam de functie van hoofdverkeersleiding op Soesterberg vrij. Gezien de tweejarige contracten waar de luchtmacht mee werkt, zou hij een jaar langer doorwerken dan moest. Uiteindelijk werkte Ton zelfs zeven jaar langer door.


Ook Soesterberg had een bunker van waaruit het vliegverkeer op radar werd geleid. Toen in 1994 de Amerikanen van Soesterberg vertrokken, nam de hoeveelheid ‘radarverkeer’ dramatisch af. Om die reden werd deze faciliteit dan ook verplaatst naar de verkeersleidingsbunker in Nieuw Milligen. Die Amerikanen, trouwens, waren volgens Ton erg op zichzelf, met eigen procedures en met een Safety Officer of Flying die meekeek bij alles wat Ton en collega’s uitvoerden. Zo’n SOF zat dan in een instructieboek te bladeren om de juiste procedure te vinden, terwijl Ton het contact met piloten onderhield. Nee, zo vrij als in de jaren voor de toepassing van de arbowetgeving hadden ze het niet meer op de toren. De shifts van vijf uur werden strikt nageleefd en het eerdere regime van 365 dagen op 365 dagen paraat staan, behoorde definitief tot het verleden. De saamhorigheid tussen de verkeerleiders werd er niet minder van. ‘Ook al was iemand mijn ondergeschikte in rang, op zo’n toren doet dat er niet toe. Als je een fout maakt, moet je verbeterd worden.’ En bij erge drukte moest je er ook tegen kunnen dat je collega niet twee trappen kon afdalen om naar de wc te gaan, maar gewoon vanaf de reling piste.

 

Geheimen

In al die jaren moet Ton een berg aan verhalen en geheime anekdotes voorbij hebben zien komen. ‘Dat valt wel mee, hoor’, lacht Ton de suggestie weg. ‘Piloten die onder bruggen doorvlogen, dat zijn verhalen van wel heel lang geleden.’ Ook de spannende periode van het Lockerbieproces (1999–2001), waarover de Receptor eerder berichtte, bracht minder verhalen met zich mee dan een buitenstaander zou verwachten. Ook voor Ton bleven de bestemmingen van de helikopters waarin de verdachten werden vervoerd onbekend. Ook het begeleiden van ‘oefenvluchten’ met Apache-helikopters hoorde bij de baan. Dat die dan later ergens ver weg dood en verderf konden zaaien, was part of the job. ‘Als militair maak je deel uit van een apparaat dat in het uiterste geval dient om te doden. Kan je daar niet tegen, dan had je de verkeerde baas gekozen.’ Geruchten als zouden er ten tijde van de meest recente oorlogen ook rendition-vluchten vanaf Soesterberg zijn vertrokken, wijst Ton ‘100 procent’ naar de stortplaats van fabelen. Om over de ufo’s die sommigen waarnamen boven de basis maar te zwijgen. ‘Op van die heldere dagen, als je de wereld uit kon kijken en de zon weerkaatste op reflectoren van meteorologische ballonnen, dan zag je wel eens schitteringen.’ Dat burgers daar dan ufo’s in zagen, tja, daar heeft Ton niets mee: ‘In de luchtvaart werken nuchtere mensen.’ Ook verhalen over geheime tunnels, nog door de nazi’s aangelegd toen zij de basis in gebruik hadden, doen Ton weinig. ‘Die zijn namelijk nooit gevonden.’ Een publiek geheim dat Ton wel graag met me deelt, is dat piloten die de omgeving kenden hun helikopter wel eens op Leusderheide, een militair oefenterrein ‘om de hoek’, aan de grond zetten als Soesterberg vanwege de beperkende arbomaatregelen even gesloten was. Zodra Soesterberg bij een nieuwe shift weer open was, konden ze snel landen. 


Want Soesterberg had een naam hoog te houden in de vliegerswereld. De gastvrijheid die het grondteam van Fred en Henk, het X-Servicing Team, bood was legendarisch. Er is zelfs wel eens een F-15, die toch zo naar Leeuwarden had kunnen doorvliegen, speciaal op Soesterberg geland. ‘Die sliep liever een nachtje hier.’ Tussen de gronddiensten en sommige squadrons boterde het gewoon goed. Zo vertrok tot 2008 ook de vloot die meewerkte aan de herdenking van de landing van de geallieerden op de Ginkelse Heide, Operatie Market Garden, vanaf Soesterberg. In 2005, een speciaal herdenkingsjaar, vloog daarin ook een Dakota mee die daadwerkelijk dienst had gedaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. ‘De kogelgaten zaten er nog in. Van buiten netjes afgeplakt met metalen plaatjes, maar binnen zag je de rafels zitten.’ Van het meevliegen met zo’n oude kist kon Ton erg gelukkig worden. 

 

Jonge punken

Maar ook de omgang met jonge piloten, steevast als jonge punken aangeduid, kon Ton bekoren. ‘Die jongens kwamen dan rechtstreeks van de opleiding en deden alles nog vanuit het boekje. Maar ervaring moet groeien en improviseren moet je leren. Dus zei ik altijd dat rare vragen niet bestonden.’ Minder geduld had Ton met sommige van de burgerpiloten die niet wilden begrijpen dat Soesterberg echt een knooppunt was. En die ‘dan doodleuk meldden dat ze in jouw control zone zaten als ze al bijna boven de basis hingen’. En toch nooit een ongeluk tijdens Tons periode op de basis. Wel een keer een halve hartverzakking bij een collega toen een Chinook vlak voor de toren opdook, ‘zo dichtbij dat zijn rotoren over het dak draaiden’. Van zo’n moment zie ik Ton nu nog genieten, ‘en dat die Chinook dan draaide en je hem recht in de kont keek’. Het leek me dan ook zo logisch dat Ton na zijn pensioen zelf ook lid was geworden van een burgerluchtvaartclub. 


Daar zat ik helemaal naast. Want Ton heeft al een hobby: zeilen. En die hobby is duur zat. Onderdelen van het vluchtverkeer leiden en het zeilen lijken natuurlijk wel op elkaar. ‘Het navigeren met een boot is net het peilen zoals dat gebeurde voor de introductie van de radar.’ Anders dan met het luchtverkeer leiden, is het zeilen een bezigheid waarin Ton wel ruimte heeft voor een droom; solo heen en weer naar de Azoren. Op dat moment belt er iemand van de Lelystadse zeilvereniging waar Ton de secretaris van is. ‘Nee, nu even niet. Ik sta op mijn verkeerstoren in Soesterberg. Ja, dat was een vliegveld, nu is het een bouwput.’ 

Close page