Deprecated: mysql_connect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php on line 3

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php:3) in /home/thereceptor.nl/public_html/templates/item.php on line 21

Nederland Wapenland

Share on facebook Share on twitter
a A
Nederland WapenlandAnthony Fokker, 1912
Fotograaf onbekend
— Joeri BoomThursday August 15 2013

Joeri Boom neemt een kijkje op het transportschip  Hare Majesteit Rotterdam, dat India's economische hoofdstad Mumbai aandoet. Aan boord treft Boom vertegenwoordigers van de Nederlandse defensie-industrie.


MUMBAI. ‘Het is toch wel jammer, hoor’, zegt de officier van DMO, de materieelorganisatie van de Nederlandse strijdkrachten. Ze draagt een wit marine-uniform, met een snoezig wit-blauw marinehoedje en ze heeft ankertjes op haar revers. Ze neemt nog een sip van haar lauwe Hollandse filterkoffie en pakt een slap wit broodje jongbelegen kaas. ‘Ze waren helemaal niet geïnteresseerd, terwijl we zulk mooi spul in de aanbieding hebben. Vliegtuigen, houwitsers, mijnenjagers.’ 

 

We zijn aan boord van de Hare Majesteit Rotterdam, een van de twee amfibische transportschepen van de Koninklijke Marine. De Rotterdam deed in november Mumbai aan, de belangrijkste diepzeehaven van India en India’s economische hoofdstad, aan de Arabische Zee. Het schip was vlaggenschip van de antipiraterijmissie van de NAVO in de Indische Oceaan, waar ook India aan meedoet. Bovendien moest het bunkeren voor de laatste etappe van de piratenbewaking voor de kust van Somalië. Water, brandstof en proviand worden met trucks aangevoerd en door bezwete havenwerkers aan boord gehesen.


Het Nederlandse ministerie van Economische Zaken greep zijn kans en timmerde een handelsmissie in elkaar. Onder begeleiding van diplomaten van de Nederlandse ambassade in Delhi en het Nederlandse consulaat in Mumbai, reisden vertegenwoordigers van de Nederlandse industrie naar de economische hoofdstad. Aan boord van de Rotterdam was door de ambassade een symposium georganiseerd over internationale maritieme samenwerking rond de Indische Oceaan: een van de belangrijkste handelsregio’s ter wereld, waar bijna al het olie- en gastransport ter wereld doorheen gaat en zo’n beetje de helft van al het containervervoer. 


De Rotterdam deed de haven van Mumbai ook aan om uitdrukking te geven aan het aloude Nederlandse adagium van de krijger-koopman-diplomaat. Daar deed niemand geheimzinnig over. Integendeel. De ambassade had tientallen uitnodigingen verstuurd aan Indiase bedrijven die werkzaam zijn in India’s uitgebreide defensie-industrie. 


Zou iemand beseft hebben dat ‘de geest van Soesterberg’ tot in Mumbai reikt? Anthony Fokker ontwierp ook gevechtsvliegtuigen. Waaronder de legendarische Fokker G1, in de jaren dertig van de vorige eeuw beschouwd als de beste jager in zijn soort. Hij verkocht het toestel aan luchtmachten van diverse landen, en liet ze testen op Vliegbasis Soesterberg. Nederlandse G1’s wisten aardig wat Duitse toestellen uit de lucht te schieten tijdens de Duitse invasie in mei 1940. De nazi’s besloten de G1’s die na de strijd nog intact waren toe te voegen aan hun luchtvloot. Hoewel Fokker geen vliegtuigen meer bouwt, is het bedrijf nog steeds actief op het gebied van de wapenhandel. Het is het oerbedrijf van de Nederlandse defensie-industrie. En uiteraard speelde Fokker een rol bij het koopmansbezoek van Hr. Ms. Rotterdam aan Mumbai. 

 

 

Zo goed als nieuw

Bij de presentatie van de Nederlandse marinevrouw met het snoezige hoedje zaten op de eerste rij vrijwel uitsluitend Indiase marineofficieren. Ze begon voortvarend. Vrolijk vertelde ze dat Nederland wegens bezuinigingen voor de zoveelste keer allerlei materieel moet verkopen. ‘Daar kunt u van profiteren: veel is zo goed als nieuw.’ Vier mijnenjagers had ze in de aanbieding, van de Haarlemklasse. En verscheidene pantserhouwitsers (‘Over betalingstermijnen valt te praten’). Tot haar spijt kon ze niet alle beschikbare apparatuur aanbieden, zei ze. De gezichten van de officieren betrokken, want ze wisten waardoor dat kwam. Er zijn nog steeds restricties voor de verkoop van oorlogsmaterieel aan India, dat grensgeschillen heeft met China en Pakistan en atoomwapens bouwde zonder het antiproliferatieverdrag te ondertekenen. India, dat zich op economisch en militair gebied voortvarend ontwikkelt en zich niet graag de les laat lezen, is daar niet blij mee. ‘Maar ik kan u wel twee Fokker 50-toestellen aanbieden’, zei de marinevrouw. Achter haar projecteerde een beamer een foto van een moderne Fokker 50 in volle glorie, in een strakblauwe lucht. ‘Zo goed als nieuw. Dit is het pronkstuk van mijn pakket.’ 


Maar de marineofficieren gaven geen krimp. 


De Indiase marine is een machtig instituut met ruim 58.000 medewerkers en 114 oorlogsbodems, waaronder 21 onderzeeërs en een vliegdekschip. Wat betreft tonnages en aantallen schepen valt de Koninklijke Marine (33 schepen) bij de Indiase in het niet. Maar niet waar het gaat om technologie, kennis en operationele vaardigheden. Op dat vlak behoren de Nederlanders tot de absolute wereldtop. De Indiase officieren komen niet voor vliegtuigen en mijnenjagers, ze willen de hand leggen op geavanceerde technologie. 


In Indiase kranten staan regelmatig paginagrote advertenties om matrozen en onderofficieren te werven. De Indiase marine breidt uit. In Azië heerst een maritieme wapenwedloop. India raakte gealarmeerd toen in 1995 een Chinees memorandum uitlekte waarin een hoge functionaris van het Volksbevrijdingsleger stelde: ‘We kunnen niet langer accepteren dat de Indische Oceaan een oceaan voor alleen de Indiërs is (…). We houden rekening met gewapende conflicten in de regio.’ De afgelopen vijftien jaar heeft China flink geïnvesteerd in een reeks havens in Bangladesh, Sri Lanka en Myanmar. Met deze ‘parelketting’, zoals de havens werden genoemd in een rapport voor het Amerikaanse Congres uit 2004, probeert China de macht van de Indiërs en de Amerikanen te beperken. De Indiase minister van Defensie A.K. Antony noemde de Chinese machtsuitbreiding onlangs nog ‘zorgelijk’. 


Met name om de Chinezen het hoofd te bieden, investeert India de komende vijftien jaar 45 miljard euro in een hypermoderne marine, inclusief nieuwe vliegdekschepen en atoomonderzeeërs. Volgens het Indiase marinehoofdkwartier waren eind juni vijftig nieuwe schepen besteld, voor het grootste deel bij Indiase werven. Maar India heeft een achterstand bij de ontwikkeling van wapensystemen en sensors. Hier liggen kansen voor de Nederlandse defensie-industrie.

 

Nederlandse handelsbelangen

‘Wij zijn een stukje Nederland. Dit schip is niet alleen om te vechten’, zegt viceadmiraal Matthieu Borsboom, de Commandant der Zeestrijdkrachten. Hij staat op het helikopterdek van de Rotterdam, aan de achterkant. Naast hem ligt een skiff waarvan het hout deels is versplinterd door 50mm-kogels. Het is een van de piratenbootjes die door de Nederlanders werden onderschept voor de kust van Somalië. Op het dek worden Indiase marineofficieren en zakenlieden rondgeleid. Ze hebben geen oog voor het bootje, wel voor de geavanceerde radarsystemen. 


Borsboom is in de eerste plaats in de regio om de piraterij te bestrijden, maar werkt naar eigen zeggen ook graag mee aan het bevorderen van de Nederlandse defensie-industrie. ‘Het gaat bij allebei om de Nederlandse handelsbelangen. Ik doe niet anders dan mijn voorloper Michiel Adriaanszoon de Ruyter. Die was ook altijd aan het vechten en verkopen.’


Aan boord houden ondernemingen als Thales Nederland (radar, antiraketgeschut), Imtech (communicatie- en navigatiesystemen) en het Duitse radiografische bedrijf Rohde & Schwarz, met een onafhankelijke dochter in Maarssen, presentaties en rondleidingen. Indiase zakenlieden en marineofficieren spitsen de oren, krabbelen notities en stellen vragen. 


De Nederlandse defensie-industrie telt ongeveer 250 bedrijven met 12.000 werknemers en een omzet van 2 miljard euro. Dat is ongeveer een half procent van het Nederlandse BNP. De Nederlandse wapenexport is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Volgens cijfers van het Zweedse onderzoeksinstituut SIPRI was Nederland vorig jaar wereldwijd nummer drie gemeten naar wapenexport per hoofd van de bevolking, na Zweden en Israël. Gemeten naar de totale omvang van de export staat Nederland al tien jaar op de zesde plaats. Amerika, Rusland en China zijn de grootste exporteurs. Onder wapens worden ook marineschepen, radarsystemen en andere militaire technologie verstaan.


Tijdens het verkooppraatje van de marinevrouw met het snoezige hoedje zat Raghavan Muralidharan onrustig te schuiven op zijn stoel. Nee, zegt hij, hij is niet in de positie om de marinevrouw te verblijden met de aankoop van een houwitser. ‘Wij kopen geen wapensystemen, wij maken ze’, zegt hij. Hij heeft een hoge functie bij de defensieafdeling van India’s megaconcern Tata. Hij komt vooral voor de technologie. ‘Jullie ingenieurs maken perfecte systemen. Die willen we graag kopiëren. Jullie vinden het wiel uit, wij perfectioneren het en verkopen het aan de wereld.’


Proberen de eigen producten te verkopen zonder al je technologie uit handen te geven is moeilijk, vertelt Gerard Mulders van Thales Nederland, nadat hij de Goalkeeper heeft gedemonstreerd: een vervaarlijk snelvuurkanon, dat zich met snelle, schokkerige bewegingen richt op een zogenaamd aanstormende antischeepsraket. In de jaren zeventig, toen Thales nog Hollandse Signaal heette, verkocht het bedrijf radarsystemen voor Indiase schepen, die nu door de Indiërs zelf worden geproduceerd. Thales Nederland, onderdeel van de Franse multinational Thales Group, kijkt steeds vaker over Europese grenzen. ‘Anders kunnen we niet overleven’, zegt Mulders. ‘Westerse krijgsmachten zijn aan het bezuinigen en houden de opdrachten liefst in eigen huis. In Azië groeit de markt.’


Ook Fokker Elmo, het achterachterachterneefje van Anthony Fokkers aan Vliegbasis Soesterberg verknochte pioniersbedrijfje, is op zoek naar nieuwe markten. ‘We willen hier graag een voet tussen de deur krijgen’, zegt senior program manager Mike Vandenbroek. De Indiase marine kocht vliegtuigen bij het Amerikaanse Boeing, een grote klant van Fokker Elmo. Boeing beloofde de Indiërs werkgelegenheid. ‘We kunnen Boeing helpen aan die afspraak te voldoen door een faciliteit in India op te zetten.’ Het bedrijf opende eerder fabrieken in Turkije en China. ‘In China begonnen we in 1997 wegens de lage lonen’, zegt Vandenbroek. ‘Nu is het land zelf onze markt.’ Vorig jaar sloot Fokker Elmo een contract voor de bekabeling van de ARJ-21, een Chinees passagierstoestel. Ook India bouwt zelf helikopters en vliegtuigen.


Het zal echter niet makkelijk worden om een stuk van de koek te krijgen, vertelt voormalig commandant van India’s Zuidelijke Marinecommando, viceadmiraal Suresh Bangara. ‘Voor zover ik weet wordt niet overwogen grote systemen bij de Nederlanders aan te schaffen. India wil volledig zelfvoorzienend worden bij de bouw van marineschepen. We zouden misschien kunnen samenwerken bij het ontwikkelen van innovatieve technieken.’ Maar dan moet er wel wat veranderen. Hij wijst op de levering door Thales (toen nog Hollandse Signaalapparaten) van de radarsystemen in de jaren zeventig, die India nu zelf produceert. Daar werd hoogwaardige technologische kennis overgedragen. ‘Nu zie ik niet de minste aandrang bij de Nederlanders om kennis te delen. Dus houden wij onze hand op de knip.’

Close page