Deprecated: mysql_connect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php on line 3

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php:3) in /home/thereceptor.nl/public_html/templates/item.php on line 21

Een stralende dag in de zomer van 1983

Share on facebook Share on twitter
a A
Een stralende dag in de zomer van 1983Danny meets God, 2013 Beeld: Kaleb de Groot
— Paul KempersThursday August 15 2013

Ex-Wolfhound Danny Obermayer schreef roman over bijna fatale crash.

Het lijkt zo eenvoudig: je drukt op de knop ‘Eject’ en de schietstoel brengt je in veiligheid. Hoe anders verging het oud-F-15-vlieger Danny Obermayer: met een koevoet tussen zijn tanden en twee hamers in z’n vuisten moest hij zich uit de cockpit bevrijden.


Nooit had Obermayer gedacht dat hij de gereedschapskist tussen z’n knieën nog een keer zou moeten gebruiken. Tot de dag aanbrak waarvan hij niet wist dat die zou komen. 

 

Obermayer, sinds 1980 gelegerd op vliegbasis Soesterberg en uiteindelijk bevorderd tot sergeant-majoor, had er al honderden vlieguren op zitten toen hij een van de benauwdste momenten van zijn leven meemaakte. 


Wij spreken de ex-vlieger in zijn woning aan de rand van Bilthoven. In een in het groen verscholen cottage werkt Obermayer – vergezeld van Ierse wolfshond Sean en echtgenote Amber – aan zijn memoires en de afronding van een ‘vliegeniersroman uit het pre-drone-tijdperk’. Ondanks zijn drukke schema heeft hij voor The Receptor tijd kunnen vrijmaken. De krant, die een voorpublicatie van zijn eerste roman Afterburner or How I Lost It At the Airbase plaatste, heeft bij Danny een streepje voor. 

 

Geharnaste militair

‘Hell guys, you really kind of launched my writer’s career’, bast de boomlange vlieger terwijl hij de thee inschenkt, aangelengd met een flinke shot Jack Daniels. Sinds vorig jaar september toert Obermayer langs de festivals en voorleesavonden in de provincie. Zijn impressie van het vliegeniersleven in de Koude Oorlog raakt bij het publiek een snaar; razend nieuwsgierig is men naar het geheime bestaan van de fly boys die veertig jaar lang het Nederlandse luchtruim vrijwaarden van het Rode Gevaar. En ook de gevoelige manier waarop Obermayer zijn relaties met diverse Hollandse blondines beschrijft, weet te ontroeren. Dat een geharnaste militair als Obermayer – ‘Het leger was mijn thuis’ – zich zo weet in te leven in het gevoelsleven van de geëmancipeerde westerse vrouw, verbaast zijn lezers. 


Ook Danny zegt volkomen verrast te zijn over de ‘onvermoede psychologische diepgang’ die hij in zichzelf heeft ontdekt. Bracht hij de vroeger z’n vrije tijd door met snookeren, motorcrossen en uitstapjes ‘met de jongens’ naar Amsterdam, nu zit hij tien uur per dag te hameren op z’n laptop. Obermayer verwacht z’n nieuwe roman Danny Sees the World Upside Down: Wild & Maddening Tales from the Ejection Seat dit najaar af te hebben. Aan The Receptor vertelt hij welke ervaringen hij in het boek heeft verwerkt.

 

Doublecheck

Het was een stralende dag in de zomer van 1983 toen Obermayer in de cockpit klom van zijn F-15 Eagle, de jager met de kenmerkende dubbele staartvleugel. Zoals gebruikelijk doorliep de vlieger alle standaardprocedures, voordat hij de gemoderniseerde opvolger van de F-4 Phantom – de ‘tandem, two-seat, twin-engine, all-weather, long-range supersonic jet interceptor fighter-bomber’ – het luchtruim injoeg. De vlucht zou Obermayer over het Nederlandse en Duitse grondgebied brengen en na een uitgebreide vliegen-in-formatie-oefening boven de Waddenzee weer eindigen op de Utrechtse Heuvelrug. Check, recheck en double check: de Grote Drie van vliegerszelfbehoud werd ook op deze vlucht niet vergeten. 


‘We vlogen volkomen gecontroleerd’, weet Obermayer zich te herinneren. ‘Alle oefeningen verliepen vlekkeloos. Niets wees op storingen, defecten of ander ongemak. We maakten loopings, duikvluchten, schroefbewegingen – alles om de extreme beweeglijkheid van de F-15 te testen. Een van de geweldige eigenschappen van dit type straaljager is immers dat ie al die bewegingen kan maken zonder snelheid te verliezen. Voeg daarbij, en ik weet de benamingen nog uit m’n hoofd, het multi-mission avionic system, de centrale boordcomputer, het radarsysteem en de ingebouwde ‘vriend of vijand’-detector, en je praat over een technisch waanzinnig geavanceerde kist. Als F-15-piloot had je niet alleen het inertial navigation system tot je beschikking, maar kon je je ook verlaten op ultra-high frequency communications en het internally mounted tactical electronic-warfare system. En dan heb ik het nog niet gehad over de electronic countermeasures set. Als ik doordraaf moet je het zeggen, hoor.’ 


Nog steeds enthousiast is Obermayer over zijn tijd in Soesterberg, waar hij heer en meester leerde zijn over voor gewone stervelingen onbegrijpelijke hightech. In die grotendeels nog analoge jaren leek voor menig twintiger het pingpongspel op de Atari het hoogst haalbare; het idee dat hoog boven je een jachtvlieger al zijn benodigde informatie digitaal geprojecteerd van de cockpitruit kon aflezen, leek even onvoorstelbaar als voorheen de landing op de maan. 


‘Track and destroy was onze opdracht’, herneemt de in 1960 in Austin, Texas geboren ex-vlieger/romanschrijver zijn herinneringen. ‘Maar gelukkig is het in Soesterberg nooit zover gekomen. Het Westen en het Oosten hielden elkaar in evenwicht. Geen van tweeën stuurde op escalatie aan, hoewel het na de Russische inval in Praag erom gespannen heeft. Voor mij kwam die dreiging eigenlijk pas echt tot leven met Ronald Reagans futuristische Star Wars-programma.’ 

 

Draadjes uit de cockpit

De dag waarop Obermayer kennismaakte met de gevaarlijke kanten van de militaire vliegerij verschilde in niets van andere. Vertrouwend op alle aan boord ingebrachte hightech, zette de vlieger vanaf de Waddenzee koers naar Soesterberg, omringd door zijn collega’s van het Wolfhounds-squadron. De zon scheen uitbundig en de kist boorde zich opgewekt supersonisch door het luchtruim. Totdat Danny opeens een geweldig knal hoorde. ‘Ik voelde de staart naar beneden zwiepen en opeens zat de stuurknuppel ergens achter m’n oren, m’n benen gingen de lucht in en de boordcomputer bungelde aan wat draadjes uit de cockpit… all hell broke loose… de rest is wat anderen gezegd hebben dat er gebeurd is en dat ik stukje bij beetje tot een collage van min of meer samenhangende feiten in een experimenteel verband heb weten te reconstrueren. Of klink ik nu heel erg als Joost Zwagerman op pep?’


Een meteoriet. Uit het niets. Een kans van een op twintig miljoen. En dan toch zo overtuigend ingeslagen in het toestel van Danny Obermayer, sergeant-majoor van het 32nd Tactical Fighter Squadron – dat is meer toeval dan een vlieger kan verdragen. 


‘Op zo’n moment stort je wereld in’, vertelt Obermayer terwijl hij de brand jaagt in een Corona en de thee nog ’s aanlengt met een scheut Jack Daniel’s. ‘Neus weg, kist onbestuurbaar, je squadron uit zicht en je calibrated computed air speed aan flarden: nee, ’t zag er niet best uit.’


Paniek is een slechte raadgever en daarom zocht de 23-jarige straaljagerpiloot naar een oplossing om het naar beneden gierende vliegtuig te verlaten. In een zorgvuldig getrainde reflex drukte Obermayer op de ‘Eject’-knop om de schietstoel in werking te zetten – er gebeurde niets. 


‘Met stomheid geslagen’ was de piloot, die zich in stilte voorbereidde op een ontmoeting met het Opperwezen. (‘Die zag ik al opdoemen, een knotsgekke verschijning moet ik zeggen, een soort kruising tussen Zorba de Griek, Yuri Gagarin en Bob Marley’).


Toen zag hij vanuit een ooghoek een vergeten gereedschapskist op de cockpitvloer staan. Obermayer greep de kist, en wist met veel moeite twee hamers en een koevoet te pakken te krijgen. Zenuwslopende seconden volgden, waarin de piloot als een bezetene insloeg op de bevestiging van de cockpitkoepel. ‘Ik werd teruggeworpen op een analoge reflex’, herinnert Obermayer zich. ‘Er was maar een kans om eruit te komen en dat was zelf de kist uitstappen, met parachute om.’ 


Hoe hij erin slaagde zich uit het vliegtuig te werken, herinnert hij zich niet meer. Maar wel hoort Obermayer nog altijd het hoge, gillende geluid van de in een kurkentrekkerbeweging omlaag gierende F-15. ‘Angstaanjagend. Zoals je het altijd hoort in Tweede Wereldoorlogjournaals, met die opnamen van omlaagstortende Junkers en Messerschmitts. Alleen waren dan de nazi’s de pineut – nu was ik aan de beurt. Dat heeft me bovenmenselijke krachten gegeven, denk ik. Ik wilde niet sterven als een newsreel casualty.’

 

Naar Pluto

‘’t Was een van die levensveranderende momenten’, zegt de 53-jarige ex-Wolfhound, ‘waarop je begint na te denken over de what if factor en zo. Maar ik ben gewoon blijven vliegen tot de Rode Beer er de brui aan gaf. Ongelukken behoren tot de cold hard facts van de jachtvliegerij, dat moet je accepteren.’ 


Optimistisch als altijd stort Obermayer zich komende winter op een nieuw project. ‘Binnenkort kunnen we de eerste bemande vluchten naar Pluto verwachten; zou het niet aardig zijn om voor de astronauten die jaren onderweg zijn een space feuilleton te maken? En dan niet over een irritant tranentrekkend wezentje dat zegt dat ie naar huis wil, nee, dit keer zien we E.T. als de manager van de Plutoonse nachtclub Fuzzy Quaalude, waar hij de scepter zwaait over een troep performers die intergalactische stand-up proberen te combineren met zuurstofloos paaldansen. Hell, ik heb er nu al zin in.’

Close page