Deprecated: mysql_connect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php on line 3

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php:3) in /home/thereceptor.nl/public_html/templates/item.php on line 21

Militaire muziek in Nederland

Share on facebook Share on twitter
a A
Militaire muziek in Nederland
— Jacqueline OskampThursday August 15 2013

Daar komen ze aangefietst: de leden van Nederlands meest markante muziekkorps. Bij de festiviteiten rond ‘50 jaar Bevrijding’ in 1995 op vliegbasis Soesterberg is vanzelfsprekend het Muziekkorps Regiment Wielrijders anno 1938 van de partij. Met één hand aan het stuur, de andere hand aan de trompet, bugel of zelfs sousafoon, de bladmuziek op het instrument geklemd, vertonen ze hun even acrobatische als muzikale kunsten. 


Het Muziekkorps Regiment Wielrijders is uniek in de wereld en daardoor bekend tot ver over de grenzen. In 1994 maakt het mobiele trompetterkorps een tournee door Canada om te spelen voor de veteranen die niet meer in staat zijn de herdenking in Nederland mee te maken. De in totaal veertig fietsen gaan mee in Bicycle Boxes van de KLM en worden ter plekke vervoerd door speciaal ter beschikking gestelde vrachtwagens van het Canadese leger. Onvergetelijk is het optreden in Vancouver, dat gelegen is op meerdere eilanden die door bruggen met elkaar zijn verbonden. Brug op, brug af, met windkracht 8 tegen en harde slagregens – en dit alles op Fongers-fietsen zonder remmen. Gelukkig is het repertoire wat minder veeleisend dan doorgaans.

 

Is het Muziekkorps Regiment Wielrijders het meest Hollandse muziekkorps, de Johan Willem Friso Kapel, in 1819 opgericht als Stafmuziekkorps van het 1e Regiment Infanterie, is het oudste. Het bekendste én het beste daarentegen is de Koninklijke Militaire Kapel (KMK), die op Prinsjesdag voor de Gouden Koets uit marcheert. Dit orkest heeft zich muzikaal sterk ontwikkeld door ook licht en klassiek repertoire te gaan spelen. Het trad op tijdens het Gergiev Festival in Rotterdam, speelde met de Gevleugelde Vrienden (Pieter van Vollenhoven, Pim Jacobs en Louis van Dijk) en bracht met pianist Daniël Wayenberg werk van Leonard Bernstein. Een geliefd militair project van de KMK is de dubbel-cd Madjoe (1979) ten behoeve van de vereniging van oud-militairen KNIL, die een reeks op Nederlands-Indië geïnspireerde marsen bevat: de Generaal Vetter Mars, Granaat en Hoorn en Van Swieten voor Atjeh. 

 

Grote behendigheid

Wat is het repertoire van de militaire orkesten? Uiteraard is het Wilhelmus het alfa en omega, direct gevolgd door de mars, die het hart van de militaire muziekliteratuur vormt. Het overige repertoire is diffuser: van barok en salsa tot Egerländer en Hollywood-evergreens. Eigenlijk is alles mogelijk. Het Wilhelmus moet elk militair orkest tot in de puntjes beheersen, want dit klinkt bij iedere staatsceremonie zoals de inhuldiging van een nieuwe koning of koningin, bij koninklijke huwelijken, uitvaarten en bijzettingen, Prinsjesdag en bij staatsbezoeken. Vandaar dat het Tamboerskorps van de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht in de problemen kwam toen bleek dat het het Wilhelmus niet herkenbaar kon vertolken. Van origine speelt het korps namelijk op natuurinstrumenten (zonder ventielen), die uitstekend geschikt zijn om signalen (‘natuurtonen’) te geven, maar grote behendigheid vergen om een melodie coherent over het voetlicht te brengen. 


In 2004 ontstaat er ophef over het Wilhelmus, dat een militaire kapel volgens het protocol alleen in bijzijn van de koningin mag spelen. In dit jaar wordt Nederland voorzitter van de Europese Unie en kan het veel hoog bezoek uit het buitenland verwachten, dat door de minister van Defensie ontvangen wordt. Volgens het militaire protocol zou na het volkslied van het bezoekende land van Nederlandse zijde alleen De Jonge Prins van Friesland mogen klinken. Op instigatie van premier Balkenende wordt het reglement Ceremonieel en Protocol van de Krijgsmacht aangepast. Dit tot grote verontwaardiging van de militairen, omdat het volkslied geldt als het hoogste muzikale eerbetoon van de krijgsmacht aan de regerend vorst, een gebruik dat teruggaat op een bepaling uit 1884.

 

Uitvaart prins Bernhard

Dat met het protocol niet gesjoemeld mag worden, blijkt ook bij de uitvaart van prins Bernhard op 11 december 2004. De prins had een grote voorkeur voor Latijns-Amerikaanse muziek en al in 1984 wordt in zijn bijzijn in de Ridderzaal een concert gegeven met nummers als Paloma en Tico Tico. Alleen de dirigent en de prins weten dat dit een generale repetitie is voor zijn begrafenis. Maar zelfs de vrijmoedige Bernhard moet het afleggen tegen de traditie. De arrangementen die in de loop der tijd van de Zuid-Amerikaanse stukken zijn gemaakt, verdwijnen in de jaren negentig weer ongemerkt van het repertoire. En als het moment daar is, bepaalt de Inspecteur Militaire Muziek Krijgsmacht persoonlijk dat alleen liederen uit Valerius’ Gedenck-Clanck en geestelijke werken mogelijk klinken. Het enige Mexicaanse lied dat standhoudt is La Barca del Oro, dat het Trompetter Korps Bereden Wapens speelt wanneer de kist Paleis Noordeinde wordt uitgedragen. 


Buitenissigheden worden niet op prijs gesteld in de militaire muziek – zelfs niet de zo karakteristieke muzikantenhumor die nu eenmaal eigen is aan de beroepsgroep. In de jaren zestig permitteert de Marinierskapel zich een keer om op Prinsjesdag de veelal bejaarde leden van de Raad van State te verwelkomen met When the Saints Go Marching In. De klarinettist van dezelfde kapel kan het niet laten om de ‘geachte afgevaardigde van de Boerenpartij’, de heer Koekoek, met een subtiel koe-koek te begroeten. 


Een situatie die ook nogal eens op de lachspieren van de muzikanten werkt, is het contact met ambassadeurs uit vreemde landen, vooral als deze gekleed gaan in exotische dracht of in regen en kou op teenslippers lopen. Nieuwe ambassadeurs komen op woensdagochtend hun geloofsbrieven aanbieden op Paleis Noordeinde en onderdeel van de ceremonie is het geven van ereroffels en de vertolking van het betreffende volkslied. Zeker in landen waar net een machtswisseling heeft plaatsgevonden, is het volkslied een precaire zaak. Niet zelden moet de kapelmeester achter de piano kruipen om de noten te noteren, terwijl de kersverse ambassadeur hem het lied voorzingt. 


De grootste opgave voor de muzikanten is niet te mogen spelen. Tijdens het overhandigen van de geloofsbrieven van de ambassadeur aan de koningin, een drie kwartier durende audiëntie, mag geen muziek gemaakt worden. Ook tijdens de Nationale Herdenking op de Dam is het in acht nemen van de stilte het belangrijkste element van de ceremonie naast het signaal Geef acht en Taptoe Infanterie.

 

Bezuinigingen

Verandering is de grootste vijand van de militaire muziek. En helaas is de recente geschiedenis er een van permanente verandering: met name de opheffing van de dienstplicht in 1995 en de verschillende bezuinigingsgolven bij Defensie hebben grote consequenties gehad voor de tientallen harmonieorkesten, drumfanfares, tamboer- en trompetterkorpsen en het unieke jachthoornkorps die ons land rijk was. Oorspronkelijk had namelijk bijna elk legeronderdeel zijn eigen muziekkapel. Al in de jaren zestig sneuvelt een groot aantal muziekkorpsen, hoewel in sommige gevallen de plaatselijke bevolking daar een stokje voor steekt. In Limburg gaan in 1967 duizenden de straat op voor het behoud van Fanfarekorps der Limburgse Jagers. Met succes, althans tijdelijk, want dit uit dienstplichtigen bestaande korps verdwijnt in 1995 alsnog – een afscheid dat wordt bezegeld met de cd The Last Performance. Ook het Artillerie Trompetterkorps, dat zich populair heeft gemaakt met de fraaie lp-serie Barbara’s Hitparade, wordt in 1967 door burgerprotest gered, maar in 1994 alsnog opgeheven en samengevoegd met het Trompetterkorps der Cavalerie tot het Trompetterkorps Bereden Wapens.


De bezuinigingen in 2004 verlopen geruislozer, maar zijn voor de betrokken muzikanten niet minder dramatisch. Op verschillende manieren wordt geprobeerd deze verloren strijd te camoufleren. Sommige gefuseerde orkesten nemen twee identiteiten, inclusief twee namen, twee uniformen en een dubbel repertoire, om zo de traditie voor de ondergang te behoeden. Ook de veteranen nemen hun verantwoordelijkheid door tal van reünistenorkesten op te richten. Geheel zuiver op de graat zijn deze in wezen burgerorkesten niet, maar het is een poging om verder afbrokkelen van de traditie – althans tijdelijk – tegen te gaan. Zo kennen we het Reünie-Orkest Limburgse Jagers, het Oud-Leden Fanfarekorps der Genie, het Historische Tamboerkorps Regiment Verbindingsdienst, de Reünisten Matrozenkapel en het Reünie Orkest Artillerie. Waar mogelijk treden zij op en brengen eigen cd’s uit, zoals de toepasselijke release Eens Huzaar… altijd Huzaar van het Reünieorkest Trompetterkorps der Cavalerie. 

 

Taptoes

Verbreding van het draagvlak onder de burgerbevolking is ook een wapen in de overlevingsstrijd. Met name de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht heeft een traditie opgebouwd in de lichte muziek, ondersteund door groots opgezette lichtshows en uitgebreide geluidsinstallaties. Dit heeft geresulteerd in een reeks succesvolle theatershows waaronder Sinatra, The Bands, The Music (1997), La Vie en Rose (2003) en Queen in Concert (2006). Hoogtepunt is het optreden in 1999 in Paradiso getiteld Symfo 99, waarbij luchtmachtgeneraals in spijkerbroek en op gympen zich onopvallend door het publiek bewegen. Publiekstrekkers zijn de vele bekende artiesten die sinds 1994 met de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht hebben opgetreden, onder anderen Karin Bloemen, Corry Brokken, Jan Akkerman, Denise Jannah, Leoni Jansen, Bennie Jolink, Lee Towers en Mathilde Santing. 


Dan zijn er de jaarlijkse taptoes, waar de militaire orkesten zich aan het grote publiek presenteren – hoewel de toenmalige minister van Defensie Henk Vredeling in 1976 net een stap te ver gaat door te bepalen dat de Nationale Taptoe in Breda voor vijftig procent uit burgers moet bestaan. Het specifieke karakter van de taptoe dreigt daarmee verloren te gaan, maar de organisatie lost dit probleem handig op door alle burgers op niet-muzikale posten te zetten. Zo worden de leden van het Bredaas Mannenkoor als kaartcontroleurs ingezet en krijgen andere burgers logistieke taken toebedeeld. 


In 1981 wordt de Nederlandse afdeling van de Internationale Military Music Society opgericht, eveneens om het voortbestaan dit bijzondere muzikale genre te waarborgen. In 1991 grijpt de organisatie het tienjarig bestaan aan om grootscheeps naar buiten te treden, maar helaas gooit het wereldgebeuren roet in het eten: vanwege het uitbreken van de Eerste Golfoorlog trekt het ministerie van Defensie zijn medewerking in en moeten de plannen in de ijskast. Een jaar later doet zich echter een uitgelezen kans voor aan te knopen bij een burgerinitiatief in Sneek. De Vereniging van Fabrikanten van Betonstraatstenen, de Ondernemersbond Bestratingsbedrijven Nederland en de Stichting Beroepsopleidingen Weg- en Waterbouw houden hun jaarlijkse Stratenmaker aan Zee Show. Een wedstrijd voor jonge leerling-stratenmakers, die heel wel opgeluisterd kan worden met een noeste mars. En zo treden op zaterdag 20 januari 1992 de drum- en showfanfare Advendo en Jong Advendo aan, het Trompetterkorps der Cavalerie, het Fanfarekorps der Genie, het Jachthoornkorps Garde Jagers, het Tamboerskorps van de Johan Friso Kapel, versterkt door hun buitenlandse collega’s van de Central Band of the Hungarian Home Defence Forces, het Heeresmusikkorps 2 uit Kassel en de Kapel van de Belgische Zeemacht. 

Pas in de kleine uurtjes klinkt het signaal ‘tap toe’! 

 

Bron: John Kroes en Johan de Vroe (red.), Muzikale Manoeuvres. 25 jaar militaire muziek. 25 jaar IMMS, afdeling Nederland, Sneek: Uitgeverij Tjerk de Haan, 2006.

Close page