Deprecated: mysql_connect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php on line 3

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php:3) in /home/thereceptor.nl/public_html/templates/item.php on line 21

Instant Tourists

Share on facebook Share on twitter
a A
Instant TouristsFoto: www.soesterbergwolfhounds.nl
— Nina ThiboThursday August 15 2013

De website Soesterberg Wolfhounds is opgedragen aan de mannen en vrouwen die van 1954-1994 op Vliegveld Soesterberg dienden. Deels geschiedschrijving, deels digitale ontmoetingsplek voor ex-militairen, houdt de site de herinneringen aan de vliegbasis levend. Nina Thibo sprak met webmaster Kevin Burns.


Als je op de herinneringen-website www.soesterbergwolfhounds.nl kijkt, kun je onder het kopje ‘Galleries’ het onderdeel ‘People’ aanklikken. Deze rubriek is onderverdeeld in People 1 t/m 15. Meteen bij People 1 verschijnt er een foto van het tandartsenteam destijds, rond 1987, op basis Soesterberg. Er staan maar liefst dertien mensen op de groepsfoto. Is dat niet een beetje overdreven?

 

‘Absoluut niet’, zegt de 63-jarige Amerikaanse webmaster van de site, Kevin Burns. ‘Vergeet niet, je tanden moesten natuurlijk te allen tijde in orde zijn. Stel je voor dat je onverwacht op een missie uitgezonden wordt. Dan moet er niet net iets met je tanden aan de hand zijn. Want als je bijvoorbeeld ergens in een woestijn zou landen, dan is er natuurlijk helemaal niets wat jou daar even met je tanden gaat helpen.’


Het is een terloopse opmerking van de aimabele gepensioneerde Burns in het gesprek, maar wel een die een bepaald soort referentiekader blootlegt. Je beseft meteen dat de Amerikaanse militairen die gelegerd waren op de vliegbasis in Soesterberg, van alle kanten omringd werden met zorg. Zorg op alle mogelijke fysieke en mentale gebieden, zodat men deze mensen optimaal kon laten functioneren. Om niet te zeggen: zodat men deze mensen zo optimaal mogelijk kon benutten. Aan een gammele militair heeft natuurlijk niemand iets.


Maar het heeft iets utopisch ook, om op deze manier door zo veel zorg voor je lichaam en geest omringd te worden binnen je werk- en leefomgeving. Want niet alleen kon je met elke kwaal meteen naar een arts, ook je veiligheid binnen de basis werd gewaarborgd. Door de constante alerte blik naar buiten, een blik die niet-aflatend zocht naar mogelijke vijanden van het Westen, kroop er intussen ook letterlijk niemand zomaar even over dat hek. ‘Op af en toe een inbreker na dan’, zegt Burns. ‘Want er lagen natuurlijk zeer kostbare spullen op de basis. Maar verder was het inderdaad een heel veilige en beschermde omgeving. We leefden in een soort minimaatschappij waarin een verhoogde veiligheidsfactor gold. Los hiervan hadden we op de basis ook nog eens een bowlingbaan, een bioscoop en een aantal winkels rondom een pleintje, genaamd The Quad, daaromheen speelde alles zich af. Het was echt een dorp op zich.’


De reacties in het gastenboek van de website zijn dan ook niet van de lucht. Niet alleen buitelt men over elkaar heen bij het ophalen van lovende herinneringen, de meeste ex-militairen melden zelfs dat hun tijd in Soesterberg verreweg de beste tijd van hun militaire carrière was. Zo schrijft Bob Beckner, die Crew Chief op het vliegtuig Balls Five was: ‘Ik hield van mijn tijd in Holland, de sporen van nagels die zich ergens in gezet hebben, om maar niet weg te hoeven gaan, zijn waarschijnlijk nog zichtbaar.’ Fred Corley, die bij de Security Police werkte, schrijft: ‘Ik heb van elke minuut genoten dat ik daar was, tijdens de dienst maar ook in m’n vrije tijd. Ben op veel plaatsen op de wereld gestationeerd geweest, maar niets was vergelijkbaar met Soesterberg.’ En zo schrijft ook Stephan Isaaks: ‘Heb gewerkt in AMMO: Munitions Bomb Dump (…) Beste 3 jaren die ik bij de US Air Force heb gehad. Ik had nooit weg moeten gaan.’ Dit laatste lijkt een algemeen gevoel te zijn als je de talloze nostalgische terugblikkers leest. Maar niemand die het zo mooi weet te verwoorden als David J. Duplantis, die de Phase/Flightline Crew Chief was voor vliegtuig 80065 – ‘Abby was haar naam’. Duplantis schrijft in het gastenboek:


comments?...wow where do I begin, for Rat, I miss you my friend, to Dragon Fly where the heck are you?

I miss dutchymamnou, if I spelt it right it’s only been a life time ago!

remember Lybia?

Zulu in the night?

e.o.r to get her right?

to my friends I shared a dream

I fall back to a military scheme,

an idea to survive three days

still the parties weren’t the only craze

I drank with the british and danced with dutch

I fed frenchfries to the lake ducks

I drank to pass out in somsja with joss and ach

trained to Adam a heck of a lot

walked on cobble stone roads in the middle of the night

I'll forever hold holland in sight

never met a lady like Netherland so dear

I'm still a little Dutch inside my heart here

if anyone finds Chris Ball tell him im alive

tell Kirk Jessup I did survive

one day I’ll return to the land under the sea

and walk the roads of Zeist once more to see

the old memories come alive from whence I felt a dream

but finding this here

it’s all too clear

I truly

was there!

 

‘Het werkte voor ons van alle kanten’, zegt de van oorsprong uit Massachusetts afkomstige Kevin Burns, die zelf van 1985 tot 1990 op de vliegbasis werkzaam was en die een poging doet om het succes van de vliegbasis bij de Amerikanen te verklaren. ‘We waren gevraagd door de Nederlandse luchtmacht, om hen te komen versterken. Dat was vanaf 1954, tijdens de Koude Oorlog; vanaf dat jaar heeft de Amerikaanse luchtmacht afgezanten naar Soesterberg gestuurd. We waren dus echt welkom, omdat we niet zomaar kwamen, maar gevraagd waren en zo voelden we dat ook. De warmte van het Nederlandse volk was oprecht. We waren immers gekomen om noordelijk West-Europa te beschermen. Maar los daarvan denk ik ook dat we welkom waren omdat we een grote groep instant tourists waren? Hoe je het ook wendt of keert, we waren een groep van drie- tot vijfduizend Amerikanen die in aantal vrij constant bleef, maar die zichzelf ook nog eens telkens als het ware ververste. Het was een komen en gaan. Nieuwe militairen kwamen, oude gingen. Weet je wel hoeveel uitstapjes er gemaakt zijn door heel Nederland? We hebben alles bezocht wat er maar in Nederland te bezoeken viel: de Keukenhof, het strand bij Zandvoort, de kaasmarkt in Alkmaar of stedentrips naar Amsterdam, Utrecht of Maastricht. Ook deden we mee aan de Nijmeegse Vierdaagse en aan Carnaval. We hebben waarschijnlijk jarenlang een fantastische bijdrage geleverd aan de toeristenindustrie hier in Nederland.’ Hij lacht goedmoedig en zegt: ‘Dus ja, natuurlijk waren we welkom en was iedereen heel erg vriendelijk. Maar we kwamen dan ook met de beste intenties. We dachten in termen van “wij”, in plaats van “ik”. Dat is wat een militair moet doen. Het is een gedisciplineerde manier van denken, zo word je getraind. Je denkt niet in “wat is goed voor mij?”, maar  in “wat is goed voor het geheel”, of “wat is goed voor het team?”’


Wat je zou kunnen ontgaan aan het grote-geheel-denken, is dat het geheel ook in de gaten gehouden moet worden. En dit is precies wat Burns in zijn Soesterbergse tijd heeft gedaan. Hij was werkzaam bij de afdeling Security Police Investigations. Een aparte afdeling binnen de basis, die informatie moest verzamelen over de militairen zelf. ‘Eigenlijk moesten we met z’n vieren zijn, maar door bezuinigingen waren we maar met twee’, zegt Burns lachend. ‘Je zou het kunnen zien als dat wij de rotte appels in de mand moesten verwijderen.’


Onmiddellijk doemt een beeld op van dit tweekoppige team tegenover een paar duizend mensen. Word je dan niet buitengesloten in die minimaatschappij, zoals Burns de basis zelf beschreef? Ook zie je opeens dit duo van de rand van de vliegbasis naar binnen kijken, speurend naar criminele activiteiten van je eigen mensen, terwijl de blik van ieder ander daar binnen in die basis naar buiten is gericht, eensgezind speurend naar tekens van een vijandelijk gezinde natie.


Heeft Burns eigenlijk vijanden gehad binnen de basis, is de logische vraag? Heeft zijn positie hem wel eens geïsoleerd? En verder nog: heeft hij daar aanvankelijk ook zelf voor gekozen om bij de Security Police Investigations terecht te komen? Zijn antwoord is eenvoudig: ‘Ik wilde ooit drukker worden bij het leger. Het is nu eenmaal anders gelopen. Ik heb een aantal tests gedaan tijdens de trainingen en blijkbaar scoorde ik hoger dan anderen. Ik ken een jongen die heel laag scoorde en die mocht wel door naar de militaire drukkerij. Maar ik ging verder. Bevel is bevel.’ Over of hij wel eens buitengesloten is vanwege zijn positie zegt hij alleen: ‘Ik ben waarschijnlijk niet op elk feestje uitgenodigd dat er ooit is geweest op de basis.’ Op de vraag wat en wie hij precies heeft moeten onderzoeken tijdens zijn werk blijft hij vaag. ‘Zelfs mijn vrouw weet niet wat mijn werk precies inhield in die tijd. Ik mag er niks over zeggen, zelfs niet achteraf.’ Het enige wat hij wel kwijt wil, is dat er ooit het incident was met een jongen die verdacht werd van homoseksualiteit, wat in het Amerikaanse leger strafbaar was. ‘Het heeft ook in De Telegraaf gestaan, daarom mag ik daar wel wat over zeggen.’ De jongen rende weg van de basis en vluchtte naar Duitsland, daar nam hij een advocaat en begon een proces. Burns was er vanaf de zijlijn bij betrokken. ‘Slim was het allemaal niet’, is zijn nuchtere commentaar.


Is het merkwaardig dat net hij degene is die nu nog steeds de boel bij elkaar houdt, via zijn zelfgebouwde website Soesterberg Wolfhounds, waar hij bijna drie jaar aan heeft gewerkt, en door middel van de reünies waarvan hij een van de hoofdorganisatoren is? Vlak voordat we afscheid nemen zegt hij: ‘Als je kijkt naar het grote geheel, dan kan je dat zien als een enorme machine. En in die machine zitten allemaal radertjes die elkaar aandraaien en zo in beweging blijven. Soms moet je daar de roestige onderdelen in vervangen, want dan draait het geheel niet meer lekker. Dat is wat je als militair altijd moet doen, blijven zorgen dat het geheel goed draait.’

Close page