Deprecated: mysql_connect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php on line 3

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php:3) in /home/thereceptor.nl/public_html/templates/item.php on line 21

Pratende konijnen

Share on facebook Share on twitter
a A
— Christiaan FruneauxSaturday September 10 2011

“Zy zyn vry minder bygelovig als veele volkeren, zo dat men in de Zeeven Landen, noch toveren, noch mirakelen ziet, en de verschijningen van Geesten, Spoken en Kaboutermannekens zyn daar praatjens voor de spinrok van slechte Wyfjes.”
 
Romeyn de Hooghe, Spiegel van Staat des Vereenigde Nederlands, 1706


We zijn een nuchter volk.
Althans, dat vinden we zelf. Zo zien we onszelf graag. Dat is wat we elkaar aanpraten.   
De verhalen die we elkaar vertellen, vertellen wie we zijn, wie we niet zijn en hoe we graag zouden willen zijn.
Een voorbeeld.
Op 3 februari 1598 strandde een potvis op de zandbanken bij Berckey, een vissersdorp tussen Katwijk en Scheveningen, zo’n zestien uur reizen per koets vanuit Soest. De vis was vijftien meter lang en werd met paarden op het strand getrokken. De gebeurtenis bleek een landelijke sensatie. En een eikpunt in het ontluikende zelfbeeld van de jonge Republiek.
De in 1657 uitgegeven Annales et historiae de rebus Belgicis noteerde verschillende reacties bij de toeschouwers. De meer ontwikkelden, noteerde chroniqueur en geleerde Hugo de Groot, interesseerden zich vooral voor de oorzaken achter de benarde toestand van de potvis; ze vroegen zich af of stormen het dier misschien op het strand hadden gedreven. Anderen, uit het gewone volk, hadden het vooral over de voorspellende betekenis van de gebeurtenis.
De Rebus Belgicis was een geschiedenis der Lage Landen. Tussen de regels door lazen de Nederlanders over zichzelf en over hoe bijzonder ze waren. Het was een verheffend traktaat, geschreven vanuit een burgerlijk gezichtspunt. Betekenis zocht je in de dingen die voor de hand lagen. En het was niet de bedoeling dat je verder zou kijken, want om de hoek lag bijgeloof. En, godverhoede, voor je het wist was je paaps.
Een gravure van de Haarlemse kunstenaar Jacob Matham toont de gestrande potvis als allegorie van ratio, nijverheid en alledaagsheid. Natuurvorsers nemen het beest de maat, zeepzieders slepen emmers met blubber de duinen over, gegoede dagjesmensen wijzen, staren en verbazen zich. Hier en daar spelen kinderen, en op de achtergrond gaan de lokale vissers onverstoord verder met hun werk.
Mathams nadruk op het alledaagse bracht de gebeurtenis terug tot  hanteerbare proporties. De potvis bleek geen zeemonster, en zijn stranding geen teken aan de wand. Het was een natuurlijke gebeurtenis, waar nuttig mee moest worden omgesprongen. Verkwisting was immers een zonde.

We begonnen naar ons zelfbeeld te leven.
Onze hartstocht voor het alledaagse, het overzichtelijke en het nuttige doordrong alles wat we voortbrachten. Vermeer maakte  meesterwerken over het Hollandse huiselijke leven (bijvoorbeeld een moeder die de billen van haar baby schoonveegt); de Nederlandse film kenmerkt zich door een grote aandacht voor het gewone en het alledaagse; ons design is die van de klare lijn en onze literatuur is huis-, tuin- en keukendrama.
We zijn gespecialiseerd in de poëzie van het voor-de-hand-liggende. In de schoonheid van het oppervlak, de hanteerbare vervreemding van het alledaagse.
 De keerzijde is een gebrek aan wantrouwen.
We vertrouwen in wat we zien, en bouwen daarop voort. De dingen zijn zoals ze zich voordoen. We zeggen wat we denken. Geheimen zijn voor kinderen. En complotten voor gekken. Bij ons roert zich niets onder de oppervlakte. We hebben de wereld graag simpel en overzichtelijk , van alle betovering en mysterie ontdaan.
De helden in de Nederlandse film en literatuur leven in de werkelijkheid; ze trekken die nooit in twijfel en kunnen er niets aan veranderen. Ze raken aan de drugs, of handelen er in, verliezen hun ouders, raken gehandicapt, vechten om een erfenis, zijn homo, worden verliefd op hun zus, zoeken buitenechtelijke seks of hebben genitale wratten. En soms overkomt ze dit alles tegelijk.
Onze helden ervaren in ieder geval nooit alternatieve technofuturistische werkelijkheden, worden nooit wakker uit een collectieve hersenspoeling, ontdekken nooit dat ze een kloon zijn, reizen nooit heen en weer in de tijd, struikelen nooit per ongeluk een magisch konijnenhol binnen, laat staan dat ze een pakhuis vol bevroren marsmannen ontdekken. Nooit worden ze opgejaagd door met spionagesatellieten uitgeruste geheime diensten, nooit ontdekken ze hun tovenaarskrachten en nooit hoeven ze te kiezen tussen vampier of weerwolf zijn.
En daar zijn we trots op. Want de wereld is zoals je ‘m elke ochtend weer aantreft, en niet wezenlijk anders. Vijandige machines, Ministeries van Waarheden, plottende priesters, buitenaardse wezens, dubbele agenda’s, tijdmachines en pratende konijnen bestaan niet. Dus waarom zou je het erover hebben?
Maar de werkelijkheid is ingewikkelder en grilliger dan de aan de oppervlakte van zijn waarneming levende Nederlander denkt. Mensen hebben geheimen, overheden doen dingen die niet door de beugel kunnen en banken zijn machtig. Maar bovenal is menselijk gedrag – individueel en collectief – ondoorzichtig. Veel is onzichtbaar – denk aan vliegbasis Soesterberg – en onttrokken aan onze dagelijkse waarneming.
Albert Einstein zei ooit: ‘De realiteit is niets meer dan een hardnekkige illusie’.
Een gezonde dosis wantrouwen kan geen kwaad.
 
“Wake up, Neo.”
“The Matrix has you…”
“Follow the white rabbit.”
“Knock, knock, neo.”





Close page