Deprecated: mysql_connect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php on line 3

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php:3) in /home/thereceptor.nl/public_html/templates/item.php on line 21

Het Nationaal Militair Museum

Share on facebook Share on twitter
a A
— Christiaan FruneauxSaturday September 10 2011

In 2014 verrijst in Soesterberg, op de plek van de helikopterhangars van de voormalige vliegbasis, het Nationaal Militair Museum. Ook beladen en gevoelige onderwerpen krijgen daarin een plaats. Gesprek met de betrokkenen achter de schermen. 


‘Kijk.’ Cor Vos, handen aan het stuur, knikt richting het stalen hek dat de met gras overwoekerde  landingsbanen scheidt van het militair terrein . ‘Dat is er straks niet meer, alles wordt open gegooid.’
Achter me zit Christel Rongen, senior projectadviseur Museaal Concept van het toekomstige Nationaal Militair Museum. Met zijn drieën scheuren we over het deel van Soesterberg waar het museum is gepland. Een kavel van 45 hectare aan de noordkant van de voormalige vliegbasis.
Terloops vraag ik naar Camp New Amsterdam, het enige deel van de basis dat verboden  blijft voor onbevoegden. ‘Wat doen ze daar eigenlijk?’ Vos kijkt guitig, wil wat zeggen, maar bedenkt zich. ‘Dat moet je maar aan iemand anders vragen.’

Het is niet de eerste keer die ochtend dat Vos weigert het achterste van zijn tong te laten zien. Bij Defensie nemen ze hun geheimen serieus. Over zijn aanbod om me rond te leiden hoefde ik dan ook niet lang na te denken.

Welwillende onverschilligheid
Eerder die ochtend heb ik me gemeld bij het kantoor aan de Verlengde Paltzerweg, waar ik mijn rijbewijs inruil voor een bezoekerspas. Even later word ik opgehaald door Vos, die voor het ministerie van Defensie het Europese aanbestedingstraject begeleidt.    
Het museale bestel van Defensie ligt al een aantal jaar op de schop. Alles moet anders: er moet een nieuwe museale visie komen, met een eenduidig beleid en bijbehorende organisatie. Ook moet de versplintering van de historische collecties over zes landelijke musea en een dertigtal ‘traditiekamers’ een halt worden toegeroepen. Al jaren kampt men met een gebrek aan ruimte en middelen; de collectie dreigde te verkommeren. Een overkoepelende stichting zal de musea aansturen en de plannen maken voor het nieuwe Nationaal Militair Museum, waarvoor een ‘defensiebrede’ thematische tentoonstelling en een ‘educatief eiland’ worden ontwikkeld. Ook de collecties van het Legermuseum (Delft) en het Militaire Luchtvaartmuseum (Soesterberg) krijgen er onderdak. 



Wie zich afvraagt waarom Defensie een nieuw museum bouwt nu er zoveel op de krijgsmacht wordt bezuinigd, krijgt te horen dat men wettelijk verplicht is het cultureel erfgoed te beheren en te onderhouden. Bovendien biedt het nieuwe museum de mogelijkheid fouten uit het verleden te herstellen. Voorheen, zegt Vos, slaagde Defensie er niet in uit te leggen wat het leger voor de samenleving betekent . In tegenstelling tot landen als de Verenigde Staten speelt de krijgsmacht bij ons geen rol van betekenis in het openbare leven. We hebben weinig op met militaire heroiek.
‘Welwillende onverschilligheid’, karakteriseert  Rongen onze houding ten opzichte van Defensie. ‘De musea moeten bijdragen aan een beter begrip van de rol die de krijgsmacht heeft in onze samenleving.’ Waarschijnlijk kijk ik een beetje onnozel, dus somt Vos de taken van het leger op: ‘Verdediging van het eigen grondgebied, het waarborgen van internationale vrede en veiligheid en de nationale taak – militaire bijstand bieden in geval van nood, zoals bij bosbranden en dijkdoorbraken.’  

Op dit moment wedijveren drie consortia van aannemers, architecten, landschapsontwerpers, cateringbedrijven en museale inrichters om de aanbesteding; september 2014 zal het museum de deuren openen.
‘Het is de eerste keer dat we zo’n integrale aanpak hebben ontwikkeld. Dat is uniek’, stelt  Vos. ‘Gewoonlijk wordt er eerst een prachtig gebouw neegezet en pas daarna gaat men nadenken over de museale inrichting van de ruimte. Nu werken we van binnen naar buiten.’
‘Je wilt niet op het punt komen dat je zegt: ‘O jee, het gebouw zit in de weg’, bevestigt Rongen. ‘Voor het eerst werken alle partijen samen aan het concept. En dat is erg spannend.’
Het museum moet straks vloeiend overlopen in het omliggende terrein, onder andere via een vrij toegankelijke buitenexpositie waarin tanks, mobiele raketlanceerinrichtingen, straaljagers en ander grof materieel worden opgesteld. De ontwerpers moeten rekening houden met een corridor voor grofwild in het gebied achter het terrein en een corridor voor onder andere de  zandhagedis in de open ruimte vóór het complex. 

Goudschaaltje
‘Ik had gehoopt dat het je niet zou opvallen.’ 
Rongen glimlacht betrapt.
Als tijdens een opsomming van mogelijke museale thema’s de zin ‘Daar kunnen we nu wel mee omgaan’ valt, is mijn interesse onmiddelijk gewekt; Rongen refereert aan de politionele acties, de eufemistische benaming voor de oorlog die Nederland voerde na het uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid door Soekarno. Ik noem ook Rawagade en Sebrenica als mogelijke onderwerpen.
Rongen kijkt naar Vos. Ze weegt haar woorden op een goudschaaltje. ‘Op een gegeven moment kun je praten over wat er gebeurd is. Zoals over het Nederlandse aandeel in de slavenhandel.’
‘Je bedoelt dat de betrokkenen nu bijna allemaal dood zijn?’ vraag ik.
‘We bedoelen dat context belangrijk is,’ vult Vos snel aan.
De voorzichtigheid van Vos en Rongen is begrijpelijk. Hoe ga je om met geweldadige conflicten waar de Nederlandse krijgsmacht (recentelijk) bij betrokken is geweest? Veel is geheim en militaire missies liggen politiek erg gevoelig. Bovendien zijn er de gevoelens van veteranen waar je rekening mee moet houden. Welke vrijheid heeft een een militair museum onder de paraplu van het ministerie van Defensie?
‘Het Nationaal Militair Museum is geen bedrijfsmuseum’, zegt Rongen. ‘We willen op een evenwichtige en historisch correcte manier omgaan met onze geschiedenis.’
‘Maar’, voegt Vos toe, ‘we moeten ook rekening houden met alle betrokkenen.’
Dat dit geen gemakkelijk opgave is mag duidelijk zijn: oorlogen zijn controversieel én mensenwerk. Ook de politionele acties lokten destijds fel protest uit, en nog steeds wordt er onderzoek gedaan naar eventuele misstanden. Denk aan het uitmoorden van het West-Javaanse dorp Rawagede door Nederlandse troepen in 1947. Of de duizenden mensen die in 1946 onder leiding van kapitein Raymond Westerling werden omgebracht in Zuid-Celebes. Of de desertie in 1948 van oud-verzetsstrijder Poncke Princen op gewetensgronden; hij mocht van de Nederlandse overheid nooit meer terugkeren naar Nederland. Of de behandeling van de Molukse KNIL-soldaten na de onafhankelijkheid van Indonesie. En ga zo maar door.
Er zijn geen duidelijke antwoorden. Als ministerie van Defensie wil je Nederlandse veteranen niet de indruk geven dat ze voor niks hebben gevochten. Ze moeten blijven geloven dat hun inzet en opoffering hebben bijgedragen aan de goede zaak. Vos: ‘De stichting is in theorie onafhankelijk. Maar ga er maar vanuit dat Defensie meekijkt.’

Het museum biedt overigens alle ruimte aan wie zelf kritisch onderzoek wil verrichten. Voor de historisch geïnteresseerde bezoeker is er de studieruimte waar documentatie en collectie-items kunnen worden opgevraagd en bestudeerd. ‘Wat voor mensen maken gebruik van deze mogelijkheid?’ vraag ik quasi argeloos. ‘Voornamelijk mensen die geinteresseerd zijn in wapens’, antwoordt Rongen droog. 
Even later leiden Rongen en Vos mij rond door de hangars vol tanks, straaljagers, laceerinstallaties, kanonnen en ander groot oorlogstuig. Een deel van de toekomstige collectie van het Nationaal Militair Museum blijkt al verhuisd.
De rondgang is indrukwekkend. Het valt me op dat al het materieel een eigen esthetiek bezit; niets aan de machines lijkt overbodig, alles getuigt van een professionele doelmatigheid.
In sommige collectiestukken herken ik het speelgoed uit mijn kindertijd. Ik betrap mezelf op het voornemen om terug te komen. In 2014.





Close page