Deprecated: mysql_connect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php on line 3

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php:3) in /home/thereceptor.nl/public_html/templates/item.php on line 21

Liefde en falanx

Share on facebook Share on twitter
a A
Liefde en falanxBron: Nederlands Instituut voor Militaire Historie
— Christiaan FruneauxFriday July 06 2012

Hoe gaan professionele militairen om met de liefde? Je kwetsbaar opstellen is geen optie. En: ‘Defensie is geen romantisch instituut.’ Maar de zorgzaamheid van militairen voor elkaar kun je ook een vorm van liefde noemen. 

 

[AMSTERDAM] ‘Hoe officieel is dit? Als je mijn naam wilt noemen moet ik namelijk toestemming vragen. Dat zou wel ’s lastig kunnen worden, vermoed ik.’  

Het is half februari, en we zitten op het terras van West Pacific, in Amsterdam. Ik praat met een klinisch psychologe die werkzaam is voor Centrum ’45, een stichting die mensen behandelt met complexe psychotraumaklachten door vervolging, oorlog en geweld. Denk bijvoorbeeld aan (ex-)militairen die lijden aan posttraumatische stress.

‘Waarom is toestemming lastig?’

‘We werken samen met Defensie en dat is een gesloten organisatie. Daar moeten we rekening mee houden. Ik wil het wel vragen hoor, als je dat wil. Anders noem je me gewoon bron A?’ 

Het werd bron B. Laten we haar voor het gemak ‘de klinisch psychologe’ noemen. 

 

Bron A, met wie ik een week eerder heb gesproken, wil ook niet met naam en toenaam genoemd worden. Bron A is net afgestudeerd in de psychologie en heeft een aantal maanden stage gelopen bij Defensie. ‘Ik heb relatief kort voor Defensie gewerkt en kan eigenlijk niets onderbouwen. Het zijn slechts ervaringen en impressies.’

‘Dat mag toch bij dit onderwerp?’ Ik wil weten hoe professionele soldaten, harde vakmannen met een mandaat voor geweld, omgaan met zoiets zachts als de liefde. 

‘Helemaal waar. Maar Defensie is geen romantisch instituut. Doe toch maar niet.’ Wij noemen Bron A dus ‘de stagiaire’. 

Liefde en de strijdkrachten: een fascinerend onderwerp, dat zich vooral in het verborgene afspeelt. 

 

Opgaan in het geheel
Halverwege het derde millennium voor Christus richtte Koning Eannatum van Lagash in Mesopotamië na een klinkende overwinning op buurstadstaat Umma een herdenkingsmonument op. Dit monument staat tegenwoordig bekend als de Gierenstèle; de koning is erop afgebeeld aan het hoofd van een falanx. Het is de vroegste aanwijzing van het bestaan van een professioneel leger. Vechten in een falanxformatie doe je namelijk niet zomaar; dat verreist training, discipline en absolute gehoorzaamheid. Je moet je emoties onder controle houden, het persoonlijke instinct tot lijfsbehoud onderdrukken. Samen met anderen moet je je, onder extreme omstandigheden, voortbewegen als een geoliede vechtmachine. 

Ongeveer tweeduizend jaar geleden werd ook het zogeheten ‘decimeren’ geïntroduceerd. Voor de Romeinen waren discipline en gehoorzaamheid de ruggengraat van het legioen. Als de discipline het begaf, werd de eenheid gedecimeerd. Dat wil zeggen: een op de tien legionairs werd gestraft door middel van loting. Decimeren stond los van individuele schuld; de eenheid werd geacht te functioneren als een, en als dit niet gebeurde werd ze gestraft als een. 

Nog weer tweeduizend jaar later schrijft de Schotse filosoof Adam Smith in The Wealth of Nations (1776): ‘Orde, regelmaat en het onmiddellijk gehoor geven aan bevel zijn kwaliteiten die in het moderne leger van doorslaggevender belang zijn voor de uitkomst van het gevecht dan de behendigheid waarmee soldaten hun wapens gebruiken.’ Volgens Smith waren professionele legers kenmerkend voor een zich moderniserende samenleving. 

Ruim tweehonderd jaar later, in 2009, liet koningin Beatrix kapitein Marco Kroon toe tot de prestigieuze Militaire Willems-Orde. In gevecht met de Taliban had Kroon ‘normvervaging’ voorkomen en de discipline gehandhaafd, in het heetst van de strijd. Kroon was de eerste militair in meer dan vijftig jaar tot de Orde werd toegelaten.

 

Geen theekransje

‘Interessant’, mompelt de klinisch psychologe als ik haar confronteer met mijn historisch inzicht. ‘Maar wat heeft dit met de liefde te maken?’

‘Alles, uiteraard!’, roep ik terug. ‘Discipline, controle, tucht, gehoorzaamheid, opgaan in het geheel: in het leger is duidelijk geen plaats is voor het individuele. En wat is persoonlijker dan gevoelens? Emoties ondermijnen de eenheid. Die moeten er vakkundig worden uitgedrild.’

‘Is het niet gewoon iets mannelijks?’ 

‘Nee. Hoezo? Wat is dat nou voor ouderwetse opmerking?’

‘Het leger is echt een sterke-mannencultuur. Heel masculien. Je kwetsbaar opstellen wordt beschouwd als een zwakte.’

‘Emoties zijn taboe?’

‘Psychische zwakte is taboe. Die jongens worden op hun zeventiende of achttiende ingelijfd. Ze kennen niks anders dan het leger. Alles speelt zich af in het leger. Vaak kennen ze hun vriendinnetje ook van voor die tijd.’

‘Waarom zou je zoiets willen, op die leeftijd?’

‘Het leger heeft een duidelijke structuur. Alles is functioneel. In elke situatie weet je precies hoe je moet reageren. Je leert bevelen uit te voeren, om je te voegen naar het geheel, en niet om naar je gevoelens te luisteren. Dus in die zin heb je gelijk. Een falanx is geen theekransje.’

 

Ook de stagiaire bevestigt dit beeld. ‘Je wordt niet geacht om je kritisch op te stellen. In het begin had ik ’t niet door. Ze vinden je dan al snel ‘een persoonlijkheid’, iemand waar je niet omheen kan.’ De stagiaire moet lachen. ‘Het is echt een bubbel. Alles is inbegrepen. Sporten doe je op de kazerne, je tandarts is een militair, je verzekeringsagent, ga zo maar door. Alles gebeurt bij ‘de Baas’. Sommigen slapen doordeweeks op de kazerne, die noem je Binnenslapers. En mensen van buiten worden ‘Nukubu’s’ genoemd; Nutteloze kutburgers.’

‘Zo voel ik me ook regelmatig.’

‘Ja, ik ook. Maar dit terzijde. Het was interessant om te zien hoe alles in het leger gestandaardiseerd is. Door het uniform zijn er geen individuele markers, geen persoonlijke onderscheidende kenmerken. En overal, waar je ook bent, zijn de regels hetzelfde. Heel overzichtelijk. Je weet precies hoe je moet reageren en wat je geacht wordt te doen. Overal gelden dezelfde codes.’

‘Waartoe dient dat, denk je?’

‘Militairen wordt geleerd te reageren op cues. Zolang die er zijn, weten ze wat ze moeten doen en blijft de situatie overzichtelijk. Over de rest hoeven ze zich dan niet druk te maken. Ze vertrouwen op het systeem. In een gevechtssituatie heb je een constante stroom bekende signalen die je vertrouwen geven in een onvertrouwde extreme situatie. Zo behouden ze handelingsperspectief.’

‘Net als in een falanx’, opper ik.

‘Het gaat vaak mis als ze merken dat het systeem niet heeft gewerkt. Dat hun vertrouwen onterecht was. Bijvoorbeeld als ze achteraf horen dat ze door een geregistreerd mijnenveld zijn gereden, maar niet waren gewaarschuwd. Dan komt chaos om de hoek, en dat is iets waartoe ze zich moeilijk kunnen verhouden.’

‘Hoe beschouwen ze de liefde, denk je?’

‘Niet’, antwoordt de stagiaire tamelijk beslist. ‘Een relatie is vooral vertrouwdheid, bescherming. Niet veel anders dan bij ons, waarschijnlijk. Alleen doen wij er moeilijk over. Ik had overigens wel het idee dat hun relatie tot de buitenwereld behoort. Hun binnenwereld is toch echt hun eenheid. Sommige jongens raken erg van slag als ze van eenheid verwisselen.

 

Onveilig

‘Dat van die binnen- en buitenwereld herken ik’, zegt de klinisch psychologe als ik haar met de ervaringen van de staigiare confronteer. 

‘Ze hebben moeite hun gevoelens te duiden, om hun verdriet te beschrijven’, vervolgt de stagiaire. Ze hebben er simpelweg geen woorden voor. Vaak zijn het gedragsmatige beschrijvingen.’ 

‘Zo van: “Vanmorgen stond ik een half uur met mijn hoofd tegen de muur te bonken?”’  

‘Zoiets zouden ze zomaar kunnen zeggen!’ lacht de psychologe. 

‘Echt?’

‘In hun binnenwereld komen ze ermee weg. Dan zegt de ander: “Kop op man, hier heb je nog een biertje.”’

‘Liefde en gevoelens lijken wel clandestien, een soort individualistische contrabande.’

‘Nee, het is niet clandestien. Het is onveilig. En dus bedreigend. Ik denk dat ze meer met elkaar delen dan met hun partner.’ 

 

De psychologe vat haar ervaringen samen. ‘Wat me echt elke keer weer raakt is de liefde van die jonge soldaten voor elkaar. De kameraadschap. Ze gaan echt voor elkaar door het vuur. Het is op een bepaalde manier heel zorgend. Ik vind dat indrukwekkend. Beroepsmilitairen vormen echt een familie.’

Close page