Deprecated: mysql_connect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php on line 3

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home/thereceptor.nl/public_html/lib/database2.inc.php:3) in /home/thereceptor.nl/public_html/templates/item.php on line 21

'Frederic Was Here'

Share on facebook Share on twitter
a A
— Nina Thibo Friday July 06 2012

Hollandse meiden en Amerikaanse vliegers: vaak was het vuurwerk. Nu de Amerikanen een kleine twintig jaar geleden vliegbasis Soesterberg verlieten, worden lang bewaarde geheimen  prijsgegeven. Gesprek met een liefdesbaby. ‘Sommige mensen zijn oesters.’

 

In het Friese Wijnjewoude komt Annicka V. er via internet zojuist achter dat de Oekraïne niet bij de zogenaamde Moe-landen  hoort (Midden- en Oost-Europese landen, toegetreden tot de EU, red.) ‘Bammur’, zegt ze. ‘Ik dacht, als potverdomme Slovenië bij de Moe hoort, dan ga je er toch vanuit dat de Oekraïne er ook wel bij zal zitten – als buurland van Polen.’ 


Ze zet de computer uit en schakelt meteen de televisie aan, op Omroep Fryslan. Het geluid op zacht. ‘Ach ja, ik ben natuurlijk import, zo vanuit Soesterberg, maar ik wil wel op de hoogte blijven van wat er hier in de provincie gebeurt. Voor je ’t weet zitten we met een invasie aan Polen.’ Haar Pools aandoende voornaam blijkt overigens van haar Duitse overgrootmoeder afkomstig te zijn. ‘Zeg, waar zijn mijn manieren, wil je koffie?’


Annicka is naar eigen zeggen een van de liefdesbaby’s die zijn voortgekomen uit affaires van Hollandse meisjes met Amerikaanse militairen die op de vliegbasis Soesterberg waren gelegerd. Ze wil graag  haar verhaal  vertellen:  ‘Want als ik het niet doe, doet niemand het.’


Buiten maakt een arriverende crossmotor ontzettende herrie. ‘Kotdem’, zegt Annicka. ‘Dat is Douwe. Ik waarschuw je, hij zal er niet blij mee zijn dat de Oekraïeners geen Polen zijn.’


Vanwege de modder moet Douwe van Annicka zijn laarzen uit doen. ‘Als je maar niet over de gaten in mijn sokken schrijft’, zegt hij morsig. Hij draagt dikke grijze wollen sokken, die nog net niet tot vilt zijn verworden; zijn tenen blijken ook dik en grijs. ‘Maar dat zal je toch wel doen’, zegt hij schouderophalend. 

 

Echte man

Hot topic in huize Annicka – waar Annicka samen met ‘parttime’ vriend Douwe vertoeft – is het online meldingspunt voor klachten over Midden- en Oost-Europeanen, geïnitieerd door de PVV. ‘Douwe gaat z’n baan kwijtraken aan de Oost-Europeanen,’ zegt Annicka. ‘En als we kinderen willen dan moet er wel een stabiel inkomstenplan zijn.’ Douwe zucht. ‘Mens, voor de honderdenmiljoenste keer, je bent echt te oud om nog kinderen te willen. Je bent 43. Ik geloof dit gewoon niet!’ Annicka stormt intussen de kamer uit terwijl ze vanuit de keuken roept ‘Wat is dit voor gastvrijheid, ik ben helemaal vergeten iets bij de koffie te serveren!’           

                                       

Douwe doet de deur van de woonkamer dicht en gaat met de rug naar me toe voor het raam staan. ‘Je moet haar woorden niet te letterlijk nemen. Dat hele gedoe met haar vader dat heeft haar een beetje…’  Met zijn wijsvinger draait hij kleine kringetjes naast zijn oor. 


Annicka komt binnen met een schaaltje krakelingen ‘Ik hoor je heus wel’, zegt ze. ‘En als Fredderrek een echte man was geweest en bij m’n moeder was gebleven, dan was ik net zo “een beetje…” geweest. Je moet niet alles op die man afschuiven, hij heeft toch niks gedaan. Nou ja, niks verkeerds, zullen we maar zeggen.’                                                                                                                            Douwe moet weer op pad. Hij vertrekt niet zonder te benadrukken dat het wat hem betreft ‘niet gezond is om zo in het verleden te gaan zitten spitten.’ Ook is hij het ‘niet eens’ met dit gesprek. ‘Douwes eigen vader was er niet toen hij opgroeide, daar heeft ie een knak van de molen van meegekregen’, zegt Annicka. ‘En altijd maar tegen mij zeggen dat het niet uitmaakt of je alleen door je moeder bent opgevoed.’

 

Annicka’s moeder groeide op in het Soesterberg van de jaren zestig. ‘Ze heeft er altijd geheimzinnig over gedaan, over wat ze allemaal heeft uitgespookt met de Amerikaanse militairen van de vliegbasis. Ik heb ‘r eindeloos vragen over gesteld, maar sommige mensen zijn oesters. Die gaan nevvur nooit niet open.’ Ze neemt nog een krakeling en eet die zwijgend op. Daarna staat ze op en gaat op de hometrainer zitten die in een hoek van de woonkamer staat. ‘Je houdt er toch een soort wond aan over, hè? Vind je het erg als ik even een stukje fiets? Dat doe ik elke dag, ik moet op gewicht blijven want Douwe vindt me te dik. Je kan gewoon doorgaan met je vragen hoor.’                                                                                                                                 Annicka begint te fietsen; het lijkt alsof ze een berg op klimt. Ik stel voor om de instelling even na te kijken, want het lijkt me niet gezond om vanuit zitstand opeens zo een zware inspanning te doen. ‘Hé ja, kotdemmit, die stomme Douwe heeft er gisteravond nog op gefietst. Hij denkt dat hij fit genoeg is voor het alpedjwes-circuit.’ Ze fietst stevig door. Op het schermpje van de hometrainer staat in een oplichtend vakje ‘Alpe d’Huez - TOUGH’. ‘Eh, ik denk dat jullie allebei niet zo zwaar moeten fietsen,’ opper ik voorzichtig. ‘Tàff’, zegt Annicka en zet nog ’s aan.                                                                 

 

Groot vraagteken

Aan de muur hangen negen foto’s van Annicka’s moeder, op verschillende leeftijden. Op een van de foto’s kun je zien dat ze bloost van verlegenheid, ook al is de foto zwart/wit. 


‘Ja, ze was heel erg verlegen. Ik weet ook niet hoe ze dat deed met al die lovers, dat is echt een groot vraagteken. Ze durfde nooit iemand recht in de ogen te kijken. Dat is hoe ik me haar herinner: ze liep…’ Met bezweet hoofd stapt Annicka van de hometrainer en loopt met gebogen rug, naar de grond kijkend, door de kamer. ‘Dan vraag je je toch af hoe ze dat voor mekaar gekregen heeft, met die grote zwarte kerels,  zal ik maar zeggen. Wil je een kopje soep? Heb je honger?’                                                                                                                                         Annicka verdwijnt weer in de keuken en komt terug met twee grote glazen water. ‘Je moet je blijven hy-dra-te-ren na inspanning. Ik ben heel erg met m’n gezondheid bezig, ik wil echt nog kinderen, dat lijkt me het mooiste dat er is. Ik begrijp dan ook totaal niet wat Fredderek bezielde zo maar weg te gaan en nooit es naar mij te informeren. Maar vertel dat maar niet aan Douwe. Zal ik soep opzetten? Je moet hier niet met honger weggaan.’ 


We staan in de keuken groente te snijden om de tomatensoep uit blik te vullen. Annicka trekt een la onder het aanrecht open. Nog een foto van haar moeder. ‘Deze heeft Douwe van de muur gehaald voordat je kwam. Maar ik wil eigenlijk zo graag weten wat je ervan denkt. Ze was hier tussen de 19 en 23 jaar schat ik.’ 


De foto toont  Annicka’s moeder in een bloemetjesjurk met een militair uniformjasje er overheen. De jas is veel te groot en Annicka’s moeder ziet er tamelijk oververhit uit. Haar steile haren zijn blijkbaar in de krul gezet, sommige krullen lopen al uit. Ze leunt tegen het hek rondom de vliegbasis. 


‘Ik denk dat dat mijn vaders  jas is geweest. Wat denk jij? Kotdemmit, een jas is alles wat ik van hem heb. Nou ja, een foto van een jas.’ Annicka haalt de foto uit de lijst. Op de achterkant staat in zwierig handschrift ‘Frederic was here’. 


Annicka’s moeder heette Tiny en ‘zij was fan van Amerika’, zoals Annicka het uitdrukt. Als puber hing ze vaak rond op de vliegbasis en probeerde met de Amerikanen in contact te komen. ‘Wat niet makkelijk geweest zal zijn’, benadrukt haar dochter. ‘In de buurt rondom de vliegbasis waren veel kinderen die in het Engels hebben leren vloeken, dat waren dan ook haar eerste Engelse woordjes. Totdat ze naar het bejaardentehuis moest zei ze nog steeds best wel vaak “kotdemmit” en “pies of shit”.’


Van haar grootmoeder Annie weet Annicka nog dat haar moeder haar hele slaapkamer vol had geplakt met Amerikaanse iconen. ‘Ze had de plaatjes uit tijdschriften en kranten geknipt. Haar kamertje leek wel een knipselmap, zei mijn oma altijd. En ook dat ‘t voor Tiny de jackpot was, die Amerikaanse invasie in het dorp. Het was in die tijd heel exotisch hoor, van die grote Amerikanen van wie sommigen ook nog zwart en zo.’ 


Buiten is het lawaai van Douwe’s crossmotor te horen.

 

Slachtofferrol

Douwe valt binnen. ‘Annicka draai d’r niet omheen en vertel hoe ’t zit, mens!’ zegt hij na wat dralen. Annicka wordt rood en draait ’t vuur lager. 


Douwe gaat weer voor het raam staan. ‘Laten we het ‘s even over Pieter hebben. Die woonde in dezelfde straat als je moeder. Pieter was best een aardige jongen, volgens oma Annie. Pieter zat al vanaf z’n vijftiende achter Tiny aan, maar kreeg altijd nul op het rekest, zei oma Annie. Tiny zat alleen maar te dromen van een grote sterke Amerikaan die haar zou komen redden, zoiets waar jullie vrouwen altijd van dromen.’                                                                                                Annicka dekt stilletjes de tafel. ‘Tja, de rest kun je raden’, vervolgt Douwe. ‘Volgens oma Annie is er nooit  een Amerikaan geweest. Het was Pieter, maar Pieter z’n interesse verdween snel toen Tiny zwanger was. Dus wèg Pieter. En Tiny maar huilen. Want Pieter z’n ouders ontkenden alles natuurlijk.’ 


Douwe, hou op!’ zegt Annicka. ‘We weten het niet zeker. We weten het echt niet. ’t Kan waar zijn geweest zijn wat ma me verteld heeft, over al die affaires. En hoe zou ze anders aan die jas zijn gekomen, op die foto?’ 


Douwe zinkt wat moedeloos weg in de bank. ‘Ik word hier gestoord van, Annicka.  Zie je dan niet dat je net zo loopt te dromen als je ma?’ Annicka negeert hem. ‘Het kwam Tiny heel goed uit dat d’r al een ander meisje in het dorp van een Amerikaan zwanger was’, vervolgt  Douwe. ‘En dat die weer naar Amerika was vertrokken. Zo’n slachtofferrol heeft meer glamour dan dat zo’n simpele Hollandse jongen er aan te pas is gekomen.’


We eten de soep in stilte. 


‘Ja  nu zijn de rapen klaar,’ zegt Douwe.  ‘Nu ga je dit allemaal opschrijven. En wat gebeurt er dan? Raak ik zeker mijn baan kwijt, aan die klote Oekraïener. En Annicka staat d’r dan ook niet goed op.’ Ik zeg dat ik het inderdaad op ga schrijven, maar dat we net kunnen doen alsof het fictie is. Niemand zal dit verhaal geloven. 


‘Bammur’, zegt Annicka, ‘het is een goed verhaal, hoor.’                                                                                                                                                   

 

Op weg naar huis valt het kwartje pas. ‘Bammur’, dat  ik steeds niet kon plaatsen, betekent natuurlijk ‘bummer’. Op de site Urban Dictionary staat  ‘bummer’ als volgt omschreven:

 

1. ‘A word describing the misfortune of something or someone.’                                                            

2. ‘A situation in which no desirable result can occur.’

Close page